de ereprijs

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 30.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

De ereprijs is een ensemble van blaasinstrumenten met elektrische gitaren, piano en slagwerk, met zangers en solisten, elektronica, dans, theater en film. Een living lab dat jonge makers de kans biedt  hun eigen muzikale ideeën interactief vorm te geven. De doelstellingen van de ereprijs zijn het initiëren en ontwikkelen van nieuwe muziek, het ontwikkelen en uitvoeren van vernieuwende activiteiten op het gebied van educatie en talentontwikkeling, het initiëren van en participeren in interdisciplinaire projecten en het uitvoeren van dit alles voor een gecommitteerd publiek. Het hart van de programma’s wordt gevormd door de inbreng van het publiek en gezamenlijke reflectie. Met educatieve projecten en publieksevenementen wil de ereprijs een breed en divers publiek bereiken en betrekken. Binnen deze programma’s wordt samengewerkt met componisten en muzikanten en wil de ereprijs de afstand tussen publiek en makers klein houden. Structureel wordt gewerkt aan de verbinding van studenten met de professionele wereld in producties, waarbij jonge makers uit diverse disciplines nieuw werk scheppen. De ereprijs wil programma’s maken met langere speelperiodes op dezelfde, aantrekkelijke, laagdrempelige, multifunctionele locaties (al of niet met randprogramma’s), met muziek die maximaal actueel is. Vereniging de ereprijs wil de relatie met het publiek een extra dimensie geven door ze de actualiteit van het componeerproces te laten meemaken.

In de periode 2017-2020 wil de ereprijs de samenwerking met het Orgelpark en de betrokkenheid van het conservatorium via Richard Ayres bij de ‘Young Composers Meeting’ voortzetten. Nieuw is een kleine jaarlijkse serie van drie programma’s in samenwerking met Ostade A’dam, als vervolg op incidentele presentaties van de laatste jaren. De ereprijs ziet de toegankelijkheid van Ostade A’dam als een pluspunt voor publiekswerving. Over een meerjarige periode bestaat de wens om een gezamenlijke traditie op te bouwen, waar makers een (eerste) podium krijgen, waar een nieuw element toegevoegd wordt aan de programmering en waar publiek aan Ostade A’dam en de ereprijs wordt gebonden.

In zakelijk opzicht wil de ereprijs componisten en sponsoren koppelen en fondsen aanboren voor het verstrekken van opdrachten. De organisatie koestert een aantal mecenaten in het kader van de Geefwet en streeft daarnaast naar uitbreiding. De organisatie heeft het voornemen actief te werven voor externe bijdragen van particuliere fondsen, ondernemingen en particulieren en buitenlandse overheidsfondsen.

In het kader van het Kunstenplan 2017-2020 vraagt vereniging de ereprijs een subsidiebedrag van
€ 30.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als zwak. De voornemens voor 2017-2020 liggen in het verlengde van eerdere activiteiten. Uit het plan blijkt echter niet wat deze activiteiten zullen inhouden op de lange termijn; de organisatie verwijst slechts naar hetgeen in de afgelopen jaren is gerealiseerd. Tevens blijkt uit het ondernemingsplan niet hoe de organisatie zich wil profileren binnen het Amsterdamse veld. Onderbouwing van activiteiten en beweegredenen missen. De ereprijs heeft een landelijke uitstraling en is al meer dan 35 jaar een begrip als een organisatie die zich vanuit het oosten van het land sterk maakt voor de hedendaagse muziek. Het is de commissie helder waar de organisatie voor staat, maar ze plaatst kritische kanttekeningen bij het ingediende plan. Zo mist een concreet activiteitenplan: er worden een aantal globale opsommingen gedaan, die verder niet gekoppeld worden aan concrete projecten. Ook kan uit de plannen niet worden opgemaakt hoe en waarom het ensemble een vaste verbinding met Amsterdam ambieert. Bovendien zullen de meeste concerten (74%) nog steeds in Gelderland en elders buiten Amsterdam plaatsvinden. De commissie kan in de intentieverklaring van het Ostade A’dam lezen dat zij de ereprijs graag een paar keer per jaar wil ontvangen, maar deze verklaring geeft geen blijk van een structurele samenwerking.

Vereniging de ereprijs onderscheidt zich door de belangrijke functie die het in het oosten van Nederland heeft. Het is daar het enige orkest in zijn genre dat zich focust op de ontwikkeling van nieuwe muziek en het bieden van een platform aan jonge componisten. Het ensemble bestaat uit musici met vakmanschap: er wordt bevlogen gespeeld. Echter, de uitvoeringen zijn in de ogen van de commissie van wisselende kwaliteit. De organisatie ziet zichzelf als de logische erfgenaam van het Willem Breuker Collectief en De Volharding, maar heeft geen visie op haar positie in het huidige Amsterdamse muziekveld. Omdat het niet duidelijk is wat de ereprijs precies in Amsterdam wil opbouwen en waarom, is de impact en zeggingskracht voor Amsterdam naar oordeel van de commissie miniem.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. De begroting voor de periode 2017-2020 verdubbelt ten opzichte van de begroting van 2015. 
De organisatie rekent daarvoor op structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten en op hogere bedragen van andere fondsen en van gemeenten uit de oostelijke provincies.

Uit de jaarverslagen maakt de commissie op dat vereniging de ereprijs zich de afgelopen jaren goed heeft kunnen organiseren en verzekerd is geweest van verschillende subsidiegelden uit bijvoorbeeld: de Provincie Gelderland, de Gemeente Apeldoorn en de Gemeente Arnhem. Voor de komende periode wordt uitgegaan van een aanzienlijke verhoging van de omzet, waaronder een stijging van de publieksinkomsten is voorzien die niet wordt onderbouwd in de toelichting. Integendeel, de organisatie is in het plan somber over de publieksaantallen. De inkomstenstijging kan ook niet worden verklaard door een toename van  de hoeveelheid concerten, want die blijft over de gehele periode gelijk.

Tot slot meent de commissie dat de hoogte van het aangevraagde bedrag niet in verhouding staat tot het vijftal concerten dat jaarlijks uitgevoerd gaat worden, met een gemiddelde van vijfhonderd bezoekers per jaar.

De ereprijs is een vereniging die werkt met een bestuur met een gedragscode, volgens een reglement. Daarmee voldoet het aan de uitgangspunten van de Governance Code Cultuur. Er is geen visie op de culturele diversiteit in personeel en organisatie.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. Hoewel de commissie weet dat de ereprijs een trouw publiek heeft weten op te bouwen in het oosten van het land, onderschrijft ze de uitdaging en de zorg omtrent publieksbereik voor hedendaagse muziek die geuit wordt in het ondernemingsplan. Toch vindt de commissie het streven van vijfhonderd bezoekers per jaar voor de vijf jaarlijkse concerten in Amsterdam erg mager als basis voor een structurele subsidieaanvraag. Er is bovendien geen visie op en investering in duurzame opbouw van publiek in Amsterdam geformuleerd. De commissie mist ook een reflectie op specifiek in deze stad te bereiken doelgroepen. In zijn geheel genomen zijn de marketingplannen onvoldoende uitgewerkt om te kunnen bepalen in hoeverre deze aansluiten bij de beoogde bezoekersaantallen. De organisatie heeft geen uitgesproken visie op het bereiken van een cultureel divers publiek.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als zwak. De ereprijs is duidelijk geworteld in het oosten van het land. Met een paar concerten in Amsterdam kan er nog niet gesproken worden van een bijdrage aan een samenhangende Amsterdamse cultuursector (door coalities en verbindingen met samenwerkingspartners).
De organisatie verbindt zich niet met stedelijke vraagstukken, bewoners of de buurt en/of andere maatschappelijke organisaties in de stad.

De commissie beoordeelt de spreiding als zwak. Er is geen visie op het mogelijk bereiken van publieksgroepen in andere stadsdelen of het aangaan van allianties met organisaties aldaar. De weinige activiteiten die in de stad zullen plaatsvinden, beperken zich tot stadsdeel Zuid.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van vereniging de ereprijs niet te honoreren.