World Opera Lab

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 100.000
Toegekend: € 70.000

Inleiding

World Opera Lab maakt interculturele operavoorstellingen die culturele verschillen overbruggen en maatschappelijke thema’s op poëtische wijze bevragen. World Opera Lab beschouwt operarepertoire als het kloppende hart van de kruisbestuivingen van muziek, theater en dans uit verschillende tradities. Het gezelschap wil operavoorstellingen maken die recht doen aan de ‘superdiversiteit’ van Amsterdam. In de voorstellingen verbindt World Opera Lab het cultureel erfgoed van verschillende culturen aan meesterwerken uit het operarepertoire, om zo de westerse canon voor een nieuw publiek te interpreteren. Tegelijk belicht het gezelschap een ondergesneeuwd aspect van de operacanon: de voortdurende invloed van culturen buiten Europa op het klassieke repertoire. Het World Opera Lab is naar eigen zeggen het enige operagezelschap dat zich consequent toelegt op het produceren van opera’s die een inspiratie zijn voor een inclusieve samenleving, in de stad én mondiaal. Het gezelschap maakt producties in nauwe dialoog met bewoners in de ‘superdiverse’ wijken van Amsterdam, zoals Het Labyrint (2018), en producties met regio's buiten Europa in dialoog met Amsterdam, zoals Turan Dokht (2019). 

Het World Opera Lab realiseert in 2021-2024 drie soorten interculturele projecten: stadsopera’s in de open lucht, interreligieuze opera’s die verschillende religieuze tradities met elkaar verbinden en producties met regio’s buiten Europa waar opera uitzonderlijk is. Dit laatste project mondt uit in een bewerking van een van de hoogtepunten van de operacanon: een interculturele Ring der Nibelungen in vier bakermatten van de beschaving, die de Noorse mythologie in Wagners meesterwerk verbindt met mythen uit Indonesië, Irak, Mexico en West-Afrika. Het World Opera Lab plaatst in deze productie de symbolen uit de Ring in een hedendaagse context en koppelt die aan ecologische ontwikkelingen en de mondiale consequenties daarvan, zoals migratie. Het gezelschap maakt twee opera’s in de openlucht: Sheba & Solomon en Calonarang, Koningin van de Nacht. De dialoog via religieuze tradities is een derde speerpunt, dat vorm krijgt in een jaarlijks uit te voeren interreligieuze Matteüspassie.

Het World Opera Lab ontvangt geen meerjarige subsidie binnen het Kunstenplan 2017-2020. 
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 100.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als zeer goed.
In een uitgebreide aanvraag ontvouwt World Opera Lab zijn plannen voor de komende periode. Die bouwen voort op het onderzoek en de daaruit voortkomende kleinere en grotere producties in de afgelopen jaren, waarin de aanvrager trachtte om met interculturele operavoorstellingen bruggen te slaan tussen culturen en recht te doen aan de ‘superdiversiteit’ van Amsterdam. De commissie heeft respect voor de passie, diepgang, moed en vasthoudendheid waarmee World Opera Lab en zijn artistiek leider Miranda Lakerveld dat doel proberen te bereiken. Diversiteit en interculturaliteit komen terug in alle aspecten van het maakproces van de opera’s: in de verbinding van de westerse operacanon met niet-westerse muziektheatertradities en verhalen; in de actuele en universele maatschappelijke thema’s; in de samenstelling van het artistieke team, in de samenwerkingspartners en in de speellocaties. De commissie is van mening dat World Opera Lab met dit doel en deze werkwijze de afgelopen tijd een eigenzinnige plaats in het muziektheaterlandschap in binnen- en buitenland heeft weten te veroveren, die getuigt van een herkenbare artistieke signatuur.

World Opera Lab is bij het maken van zijn producties en het aansnijden van maatschappelijke thema’s voortdurend gericht op en betrokken bij zijn beoogd publiek. In Amsterdam en andere Nederlandse steden zoekt World Opera Lab dat publiek actief op in de verschillende wijken. Met de producties die de organisatie ook in het buitenland brengt, zoals Turan Dokht in Teheran, bereikt het gezelschap een beoogd publiek van mensen voor wie het westerse operagenre vaak vrijwel onbekend is. De commissie is ervan overtuigd dat de voorstellingen van World Opera Lab voor die publieksgroepen een grote artistieke betekenis hebben, omdat het gezelschap erin slaagt voor die publieksgroepen herkenbare thema’s te vertalen naar aansprekende muziektheaterproducties.

De afgelopen jaren heeft World Opera Lab zich artistiek verder ontwikkeld en is erin geslaagd ook zonder structurele ondersteuning zijn activiteiten te continueren, met de realisering van de grote internationale productie Turan Dokht als voorlopig hoogtepunt. De commissie vindt de plannen voor de komende periode inspirerend. Met de stadsopera’s en de interreligieuze opera’s bouwt de organisatie volgens de commissie voort op de interessante thematieken die het de afgelopen jaren met kleinere projecten heeft ingezet en die het nu tot volwaardige producties, zoals Sheba & Solomon en de interreligieuze Matteüspassie, uitwerkt. Belangwekkend vindt de commissie het ambitieuze project World Mythology Ring waarin World Opera Lab de mythologie van Wagners Ring wil verbinden met zowel de mythologieën uit de oudste wereldbeschavingen als met de mondiale problemen in de 21ste eeuw. Die plannen getuigen volgens de commissie van een groeiende artistieke eigenheid. Artistiek leider Miranda Lakerveld doet uitgebreid onderzoek naar muziek, theatraliteit en verhalen in westerse en niet-westerse culturen. Haar kennis zet zij in bij het maken van de producties en zo stimuleert in inspireert ze haar comakers en de vaak jonge uitvoerenden om uit hun culturele comfortzone te komen en zich een ‘interculturele’ muziek- en theatertaal eigen te maken. Daarnaast ondersteunt de organisatie haar jonge makers en uitvoerenden bij het opzetten van eigen producties. De commissie vindt dat World Opera Lab en zijn artistiek leider op die manier het gehele artistieke team meenemen in een voortdurend (talent)ontwikkelingsproces.


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als zeer goed.
World Opera Lab gaat met zijn producties een interculturele dialoog aan door het cultureel erfgoed van migrantengemeenschappen in Amsterdam op een nieuwe manier aan elkaar en aan het operarepertoire te verbinden. De aanvrager werkt in dat kader samen met maatschappelijke organisaties, zoals ABCAlliantie, MidWest en verschillende religieuze gemeenschappen. Bovendien speelt het gezelschap niet alleen in reguliere theaters, maar vooral ook op locaties en pleinen in de wijken. De commissie vindt daarom dat er sprake is van een stevige verbinding met de samenleving.

De meeste activiteiten van World Opera Lab, dat zijn thuishaven in West heeft, vinden plaats buiten het centrum en in meerdere wijken van Amsterdam, zoals in Podium Mozaïek in West, op pleinen als het Mercatorplein en Plein ’40-’45 in Nieuw-West, en op locaties in verschillende andere wijken. De commissie constateert dat World Opera Lab daarmee een aanzienlijke bijdrage levert aan de spreiding van cultureel aanbod en publieksbereik in de stad. 

Hoewel World Opera Lab het gekozen eigen accent Wereldstad niet van een afzonderlijk plan voorziet, staat Amsterdam als ‘superdiverse’ stad centraal in het totaal van plannen en ideeën die vervolgens over de hele wereld uitwaaieren: de organisatie werkt nauw samen met vele kunstenaars en organisaties in diverse landen, en brengt een deel van zijn programmering naar het buitenland. De commissie vindt het eigen accent daarom welgekozen en overtuigend gestalte krijgen in de voorgenomen activiteiten.


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als zwak.
World Opera Lab heeft de afgelopen periode bewezen de productie van een complexe operaprogrammering aan te kunnen met een klein maar gedreven en vakkundig team en bescheiden middelen. De plannen voor de komende periode liggen in het verlengde daarvan, maar zijn aanzienlijk ambitieuzer. De organisatie kijkt hier echter realistisch naar en durft het aan om de volgende stappen te zetten. Voor elk risico is er een alternatief plan en het gezelschap beschikt over een groot improvisatievermogen. Niettemin vindt de commissie dat door de veelheid aan verschillende projecten het risico op versnippering van de aandacht bestaat. De organisatie bestaat uit een klein team, met de artistiek leider als drijvende kracht. De commissie wil de kanttekening plaatsen dat het kleine team weliswaar gedreven en vakkundig is, maar dat de ambitieuze plannen voor hun welslagen om een degelijke organisatie vragen. Het World Opera Lab reflecteert hier in het plan zelf ook op. De organisatie stelt dat het risicovol is dat artistiek leider Miranda Lakerveld de belangrijkste drager is van de projecten en dat de organisatie meer op eigen benen moet komen te staan. Op basis van deze analyse heeft de commissie er vertrouwen in dat het World Opera Lab hierin actie zal ondernemen en is zij van mening dat het plan voldoende realistisch is en haalbaar is voor wat betreft organisatie, werkwijze en vakmanschap.

De commissie constateert dat de financiële verantwoording over voorgaande jaren niet bijzonder professioneel overkomt en niet volledig is. Er is wel sprake van een redelijke financiële buffer om eventuele tegenvallers op te vangen. De commissie constateert dat het World Opera Lab uitgebreid aandacht besteedt aan de fondsenwerving die voor een deel nog gestalte moet krijgen, maar de organisatie reflecteert niet expliciet op financiële risico’s en het ondervangen daarvan. Zeker met het oog op de grote ambities is de commissie er daardoor niet van overtuigd dat de bedrijfsvoering voldoende basis geeft om alle beoogde voornemens ten uitvoer te brengen en op langere termijn als organisatie daarbij effectief te blijven functioneren. 

World Opera Lab wil de komende periode grote stappen zetten. De begroting past bij die plannen, maar de commissie meent dat de groei ervan erg ambitieus is. De organisatie leunt in de toekomst bovendien zwaar op publieke en private fondsen, wat de realisatie van de nieuwe ambities ook kwetsbaar maakt. De publieksinkomsten stijgen weliswaar door de stijging van het aantal producties en de daarmee samenhangende stijging van de speelbeurten, maar blijven laag in verhouding tot de beoogde hoge subsidie-inkomsten. World Opera Lab presenteert volgens de commissie geen strategie om in de toekomst het aandeel publieksinkomsten structureel te verbeteren. De commissie vindt dat er zo geen zicht wordt geboden op een meer evenwichtige financieringsmix die de organisatie ook op langere termijn stabiel kan houden. Op grond daarvan vindt de commissie dat de begroting niet realistisch is.

World Opera Lab presenteert een interessant publieksconcept met als uitgangspunt vijf kringen, van binnen de organisatie naar buiten toe. De kringen verbinden het publiek met de ziel van de organisatie en maken de groei van een trouw publiek mogelijk, volgens het ondernemingsplan. De uitwerking van dit idee in een concreet marketingplan ontbreekt echter. De organisatie geeft aan dat zij voor het publieksbereik tot op heden sterk afhankelijk is van de marketinginspanningen van de presentatiepartners en wil daarom de komende tijd veel aandacht besteden aan de eigen communicatie en naamsbekendheid, om zo een breder en groter publiek te bereiken. De commissie constateert dat het gezelschap daarbij teruggrijpt op enigszins geijkte middelen zoals een nieuwe huisstijl, beter beeldmateriaal, affiches, banners, en tegelijkertijd zeer terughoudend gebruik maakt van sociale media. World Opera Lab erkent dat het niet eenvoudig is het publiek van de ene productie te verleiden zijn eigen culturele comfortzone te verlaten en een andersoortige productie te bezoeken. Het plan laat volgens de commissie niet concreet zien hoe de organisatie het terugkeerbezoek wil stimuleren en evenmin hoe de organisatie het streefdoel van 30% bicultureel publiek kan bereiken. De commissie is er niet van overtuigd dat World Opera Lab met de voorgestelde aanpak van de marketing de geformuleerde doelstellingen kan bereiken en vindt het marketingplan daarom niet realistisch en passend.


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als goed.
Culturele diversiteit is de kern en ziel van World Opera Lab. Dat is waar de organisatie op gebaseerd is en het is het uitgangspunt van de programmering. Die missie weerspiegelt zich in de producties waarin een cultureel divers artistiek team en dito cast altijd intrinsieke verbindingen leggen met andere culturen. Daarmee levert World Opera Lab een grote bijdrage aan het cultureel diverse aanbod in Amsterdam. 

World Opera Lab constateert zelf dat het bereiken van een cultureel divers publiek een uitdaging is en blijft. De organisatie wil daar echter in de komende periode veel aandacht aan blijven besteden. De commissie erkent deze uitdaging, maar constateert ook dat het gezelschap door de aard van zijn producties, zijn speelpraktijk in de wijken op locatie en zijn betrokkenheid bij de bewoners in de wijken, al een bijdrage levert aan het bereiken van een cultureel divers publiek. 

De commissie stelt vast dat World Opera Lab vanuit zijn missie een visie heeft op en een plan presenteert voor een sterkere culturele diversiteit in de organisatie. De kernorganisatie is klein en niet cultureel divers, maar kent in zijn vaste freelancers wel veel culturele diversiteit. Voor de cultureel diverse samenstelling van het artistieke en productionele team put de organisatie uit zijn eigen netwerk. Daarnaast werkt de aanvrager voor de werving samen met Makers Unite. Het bestuur heeft twee biculturele leden. World Opera Lab geeft aan dat wanneer zich binnen de organisatie vacatures voordoen, de organisatie die zal vervullen met inachtneming van een evenwichtige culturele diversiteit binnen de organisatie. De commissie is positief over die serieuze intentie.


Conclusie

De commissie heeft waardering voor de grote artistieke ambities van het World Opera Lab, maar zij is van mening dat de beoogde schaalsprong zowel financieel, organisatorisch als artistiek stevige risico’s in zich draagt en dat beperking van het aantal producties in de rede ligt. De commissie adviseert daarom de aanvraag van World Opera Lab gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 70.000 per jaar. 

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Muziek en Muziektheater.