Bijbels Museum

Erfgoed
Aangevraagd: € 228.878
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: € 217.770

Inleiding

Het Bijbels Museum maakt deel uit van de Amsterdam Heritage Museums (AHM). Deze samenwerkende musea willen de geschiedenis van Amsterdam tot leven wekken, inzicht geven in de identiteit van de stad en bewoners en bezoekers uitdagen hun relatie tot de stad te verdiepen. Het Bijbels Museum richt zich in dit samenwerkingsverband op de religieuze geschiedenis in relatie tot actuele thema’s rondom religie en cultuur. Daarbij kiest het de identiteit van Amsterdam als ‘meest vrijzinnige stad ter wereld’ als uitgangspunt. Presentatie, beheer, behoud en educatie zijn de kerntaken van het Bijbels Museum.

In de periode 2017-2020 wil het Bijbels Museum werken aan zijn profilering als huis van zingeving en geloof, aan de verbinding met gelovigen en aan het bespreekbaar maken van het geloof. Met het oog daarop is samenwerking voorzien met de cultuurhuizen in de stad en andere musea op het gebied van religieus erfgoed. Het Bijbels Museum wil voor en in Amsterdam de ontmoetingsplaats zijn rondom bijbel, kunst en cultuur.

In het grachtenpand waar het Bijbels Museum gevestigd is, bevindt zich ook het Cromhouthuis, dat de geschiedenis toont van macht en religie in relatie tot de rijke Amsterdammers. De exploitatie, het onderhoud, de inrichting en programmering van het Cromhouthuis is in handen van het Amsterdam Museum. De AHM willen de komende jaren een gedifferentieerde marketingstrategie uitwerken, toegespitst op specifieke doelgroepen van de deelnemende musea. Het doel is de samenwerking tussen de musea uit te breiden en te intensiveren op het gebied van bestuur en directie, gebouwbeheer en faciliteiten en verhuur en evenementen. Ook is het doel de vaste presentatie van het Bijbels Museum te laten werken als katalysator voor activiteiten die het erfgoed verbinden met actuele thema’s op het gebied van religie en cultuur. Een belangrijk onderdeel van die activiteiten is het gespreksprogramma Close Reading, waarin het museum samen met Imagine IC verschillende generaties met elkaar wil laten praten op basis van citaten uit de bijbel. Hierbij worden wetenschappers, studenten, jonge gastcuratoren en kunstenaars betrokken, alsmede de netwerken waar deze groepen deel van uitmaken. Voor het Cromhouthuis is nog geen programmering bekend. Op educatiegebied blijft het Bijbels Museum participeren in de familie- en scholenprogrammering rondom religieuze feesten die men samen met onder andere Museum Catharijneconvent en Ons’ Lieve Heer op Solder heeft opgezet. Het Cromhouthuis is partner in het onderwijsprogramma Wereldgrachten.

Het Bijbels Museum ontvangt momenteel € 217.770 subsidie per jaar van de gemeente Amsterdam. Voor de komende periode wordt gemiddeld € 228.878 per jaar aangevraagd bij het AFK.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van het Bijbels Museum als zwak. De commissie vindt het belangrijk dat de cultuurwaarden waar het Bijbels Museum voor staat worden doorgegeven. Zij heeft er waardering voor dat het Bijbels Museum blijft zoeken naar manieren om zijn missie op een hedendaagse manier vorm en inhoud te geven. De AHM hebben een gezamenlijk meerjarenplan opgesteld, met als uitgangspunt dat elke deelnemende instelling haar eigen profiel behoudt. De commissie is positief over de samenwerking tussen deze musea en over het uitgangspunt dat daaraan ten grondslag ligt. Zij is echter van mening dat het ondernemingsplan de keuze voor behoud van het eigen profiel geen recht doet voor wat betreft het Bijbels Museum. De commissie vindt dat het Bijbels Museum is gemarginaliseerd in het totaal van de AHM en ook in het pand waarin het gehuisvest is. Het Amsterdam Museum verzorgt de programmering en exploitatie van het Cromhouthuis. De commissie constateert dat de programmering van beide musea inhoudelijk volledig los van elkaar staat maar in het ondernemingsplan wel onder één noemer (‘locatie Cromhouthuis/Bijbels Museum') wordt beschreven. Daardoor vindt de commissie dat het ondernemingsplan verwarring zaait over de reikwijdte van de aanvraag van het Bijbels Museum. De commissie constateert dat de potentiële meerwaarde van de relatie tussen de geschiedenis van de Cromhouts als zeer religieuze familie en het Bijbels Museum in het samenwerkingsverband van de AHM niet verzilverd wordt. Zij is bovendien van oordeel dat in het totaal van de AHM de eigenheid van het Bijbels Museum niet goed te onderscheiden is en zeker niet wordt versterkt.

De commissie constateert dat het Bijbels Museum zich, in tegenstelling tot de afgelopen jaren, in zijn programmering terugtrekt op het eigen terrein door de bijbel als vertrekpunt te nemen en niet de maatschappelijke waarde die de bijbel nu nog heeft en kan hebben. De commissie vindt dat dit de zeggingskracht van de programmering verzwakt. Behalve in het educatieprogramma Feest! worden er geen inhoudelijke relaties gelegd tussen Ons’ Lieve Heer op Solder en het Bijbels Museum. De samenwerking tussen de AHM concentreert zich vooral op de bedrijfsvoeringsaspecten en is inhoudelijk niet overtuigend uitgewerkt, terwijl er volgens de commissie ook op dat vlak veel kansen liggen. Het vakmanschap van het Bijbels Museum komt te weinig tot uiting in de kwaliteit van de presentatie. De vaste presentatie van het Bijbels Museum is onlangs vernieuwd, maar oogt desondanks niet uitnodigend en is in omvang zeer beperkt.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit van het Bijbels Museum als voldoende. De bedrijfsvoering van het museum oogt op dit moment redelijk gezond. De samenwerking met de AHM geeft aanzienlijke efficiencyvoordelen die de komende jaren naar verwachting nog verder zullen toenemen. De personele beheers- en activiteitenlasten zijn echter nog relatief hoog, zeker in vergelijking tot het activiteitenniveau en het bezoekersaantal.

Het bestuur van het Bijbels Museum is tevens het bestuur van de stichting Cromhouthuizen, die het grachtenpand bezit en delen daarvan verhuurt aan onder andere het Amsterdam Museum ten behoeve van het Cromhouthuis als museale locatie. Zowel in het aanvraagformulier als in het ondernemingsplan worden het Bijbels Museum en het Cromhouthuis steeds met elkaar in verband gebracht. Daardoor ontstaat, zoals eerder aangegeven, onduidelijkheid over de reikwijdte van de aanvraag. Daardoor wordt de indruk gewekt dat zowel het Bijbels Museum als het Amsterdam Museum gemeentelijke subsidie aanwenden voor het Cromhouthuis en dat hier sprake is van dubbele subsidie. De commissie is er weliswaar van overtuigd dat die indruk onjuist is, maar vindt de verwarrende en weinig transparante manier waarop deze aanvraag is opgesteld een slechte zaak.

Het Bijbels Museum besteedt in de aanvraag geen aandacht aan eventuele bedrijfsvoeringsrisico’s en de manier waarop men daarop denkt te anticiperen. De afhankelijkheid van de Stichting Cromhouthuizen als huisbaas kan volgens de commissie een risico zijn voor de toekomst van het museum. De commissie vindt dat de inkomstenmix van het Bijbels Museum tot dusver goed is, maar naar de toekomst toe aanleiding geeft tot zorg. De entreegelden zijn laag en lopen terug. Ook verwacht het museum een daling van de inkomsten uit giften en legaten, terwijl dat laatste van oudsher een van de pijlers is waarop de instelling rust. Opvallend is de afwezigheid van sponsors, terwijl een aansprekend pand als het Cromhouthuis zich goed leent voor sponsoring.

Dat de aanvraag voor de commissie zo onduidelijk was ten aanzien van de relatie tussen de stichting Cromhouthuizen, het Cromhouthuis en het Bijbels Museum is een belangrijk aandachtspunt voor de betrokken besturen. De inrichting van bestuur en toezicht is weliswaar op orde, maar de uitleg daarover behoeft dringend verbetering. De aandacht voor diversiteit in de samenstelling van bestuur en personeel is beperkt.

Publiek

De commissie beoordeelt het Bijbels Museum als zwak ten aanzien van het criterium publiek. Het museum kampt met een stagnerend bezoekersaantal, terwijl het potentiële publiek toeneemt als gevolg van het groeiend toerisme. Het museum hanteert beperkte openingsuren die in de ogen van de commissie niet meer van deze tijd zijn. De publieksinkomsten dalen. Een kwart van de bezoekers komt bovendien niet gericht voor het museum zelf, maar als cursist van de Vrije Academie die colleges in het museum organiseert. Deze situatie vraagt volgens de commissie dringend om een visie op duurzame publieksopbouw, een goede marketingstrategie en een doordachte benadering van nieuwe doelgroepen. Die worden in het plan wel gegeven, maar alleen in verband van het geheel van de AHM, terwijl de situatie van het Bijbels Museum daarbinnen om een specifieke visie en aanpak vraagt. De commissie is van mening dat de marktpropositie van het Bijbels Museum lijdt onder de positie van het museum ten opzichte van het Cromhouthuis. Het Bijbels Museum heeft nauwelijks nog een eigen gezicht.

De commissie is positief over de bestaande en voorgenomen educatie-activiteiten, maar constateert dat ook het bereik hiervan gering is en de laatste jaren steeds achterblijft bij de doelstellingen. Het plan reflecteert niet op dit gebrek aan succes, maar voert desondanks streefcijfers op die vergelijkbaar zijn met de niet-gerealiseerde aantallen uit de periode 2013-2016. De commissie vindt dit streven niet realistisch zonder een goede analyse van de ervaringen van de laatste jaren.

Bezien vanuit de inhoud van zijn collectie en doelstellingen heeft het Bijbels Museum de potentie om relevant te zijn voor een cultureel divers publiek en de dialoog tussen diverse bevolkingsgroepen. Ook op dit punt vindt de commissie het plan van de AHM echter weinig instellingsspecifiek en daardoor niet overtuigend. Het educatieprogramma Feest!, dat zich goed leent voor leerlingen uit verschillende culturen, heeft een klein bereik.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt het Bijbels Museum als voldoende ten aanzien van het criterium verbinding. De nauwe samenwerking in het kader van de AHM is een goede zaak met het oog op de professionaliteit en stevigheid van de participanten. De manier waarop deze samenwerking wordt uitgewerkt vergt echter zowel op inhoudelijk als op zakelijk gebied nog de nodige verbeteringen. Wederkerigheid vindt de commissie daarbij essentieel. De aanvraag maakt op de commissie de indruk dat het Bijbels Museum nu teveel meelift met het geheel in plaats van daarbinnen positie te kiezen en een eigen bijdrage te leveren. De commissie vindt de herkenbaarheid van de deelnemende musea essentieel en meer transparantie op financieel gebied noodzakelijk.

De commissie beoordeelt het Bijbels Museum als zwak ten aanzien van het criterium spreiding. De organisatie opereert tot dusver uitsluitend in het centrum. De voorgenomen samenwerking met Imagine IC en de cultuurhuizen en de spreiding van activiteiten in andere stadsdelen moeten zich nog uitkristalliseren. In het meerjarenplan is niet terug te vinden met welke activiteiten (afgezien van de digitale) de beoogde spreiding bereikt zal worden.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van het Bijbels Museum niet te honoreren.