Amsterdam Belvedère Operaconcours

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 117.500
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Het Amsterdam Belvedère Operaconcours is een tweejaarlijks concours voor jonge professionele operazangers. Deze zangers worden beoordeeld door een jury van internationale professionals. Het artistieke plan kenmerkt zich door nadruk op ontwikkeling van jong operatalent, het openen van de weg naar een professionele carrière en gerelateerde toekomstbestendige activiteiten binnen de Amsterdamse kunstensector. De focus ligt op het bekwamen en excelleren, continuïteit, internationalisering, samenwerking met culturele organisaties in Amsterdam, verankering in het Amsterdamse kunstenveld, zichtbaarheid en het aanspreken van nieuwe en jonge doelgroepen. In oneven jaren wordt het concours in juli georganiseerd; de halve finales en kwartfinales in De Kleine Komedie en de finale in De Nationale Opera en Ballet. Educatieve activiteiten, zoals workshops, worden jaarlijks georganiseerd in de vier cultuurhuizen, met name voor het primair en voortgezet onderwijs. Het concours wordt in een even jaar elders in de wereld georganiseerd. Daarnaast wordt in de even jaren de Amsterdam Belvedère Summerschool georganiseerd. Ook wordt er jaarlijks deelgenomen aan de Uitmarkt en het Grachtenfestival Amsterdam.
Het Amsterdam Belvedère Operaconcours wil voorzien in noodzakelijke talentontwikkeling en een schakel zijn naar de professionele operawereld. Met de voorbereiding op een operaconcours, het deelnemen eraan ende presentatie aan een internationaal gezelschap professionals, wil de organisatie deelnemers de mogelijkheid geven ervaring op te doen op het gebied van audities en motiveert het tot verdere ontplooiing.

In de periode 2017-2020 wil het Amsterdam Belvedère Operaconcours de ingeslagen weg om opera toegankelijk te maken voor een breder en nieuw publiek voortzetten. Nieuwe activiteiten liggen onder andere in oprichting van de Amsterdam Belvedère Summerschool in de even jaren. Dit project zal bestaan uit masterclasses voor jong operatalent dat zich wil voorbereiden op deelname aan het concours in het daaropvolgende jaar. De masterclasses zullen worden afgesloten met een optreden tijdens het Grachtenfestival. De uitbreiding van activiteiten zal ook voortkomen uit het betrekken van de vier cultuurhuizen: het Bijlmer Parktheater, de Tolhuistuin, De Meervaart en Podium Mozaïek. Zij zullen betrokken worden op het gebied van cultuureducatie, met het doel om jonge mensen op een laagdrempelige en participerende manier kennis te laten maken met opera.

Op zakelijk gebied stelt de organisatie zich tot doel over een kostenefficiënte en flexibele bedrijfsvoering te beschikken, teneinde maximaal bij te kunnen dragen aan haar doelstellingen. Tijdens het concoursjaar wordt de personele bezetting opgeschaald en is de begroting hoger.

In het kader van het Kunstenplan 2017-2020 vraagt Amsterdam Belvedère Operaconcours een subsidiebedrag van gemiddeld € 117.500 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als voldoende. Het concours bestaat al geruime tijd en heeft een internationale reputatie opgebouwd. De oorsprong van het evenement ligt in Wenen, alwaar ook de overkoepelende organisatie zich bevindt. De commissie ziet het podium van het concours niet alleen als een plek waar jong talent een podium krijgt en zich kan profileren, maar ook als een gelegenheid voor grote operahuizen om nieuw talent te scouten.

Het plan gaat niet uitgebreid in op de beoogde samenwerkingen, zoals met bijvoorbeeld het Grachtenfestival en de Uitmarkt. Ook is niet op te maken wat de invulling zal zijn van de nieuw op te zetten Summerschool.
De avonden in de Kleine Komedie missen een inhoudelijke uitwerking; het is niet duidelijk hoe die avonden precies zijn opgebouwd.

Het idee voor samenwerking, door middel van educatie activiteiten in de vier verschillende cultuurhuizen, is in de ogen van de commissie goed, maar hoe die activiteiten zijn opgezet en wat de precieze inhoud ervan is, blijft in het ongewisse. Bovendien vindt het concours en de activiteiten daaromheen plaats in de zomermaanden, wanneer de meeste scholen gesloten zijn en educatie activiteiten moeilijk zijn te realiseren.

Het operaconcours heeft een sterk internationaal karakter en ontstijgt daarmee het Amsterdamse veld. Het weet zich te onderscheiden door het hoge niveau van de deelnemers, dat moeilijk vooraf is in te schatten, maar door het vakmanschap van de juryleden wel is gegarandeerd. Echter, de opzet van het concours is in de ogen van de commissie vrij conservatief. In het plan wordt geen innovatieve invulling nagestreefd waarmee het zich zou kunnen onderscheiden van bijvoorbeeld andere (landelijke) concoursen. De commissie heeft wel waardering voor de wijze waarop de finalisten na afloop begeleid worden. De zeggingskracht hangt sterk af van de talenten die deelnemen. De commissie kan daar geen oordeel over geven. Het concours is in de ogen van de commissie beperkt; het spreekt in de eerste plaats operaliefhebbers aan.

Zakelijke kwaliteit

De zakelijke kwaliteit van de aanvraag wordt door de commissie beoordeeld als voldoende. De jaarrekening van 2014 bevat vergelijkende cijfers met de jaarrekening van 2013. Deze cijfers komen niet overeen met de jaarrekening (2013) die is meegestuurd met het aanvraagformulier. In de jaarrekening van 2014 wordt hier geen toelichting op gegeven. Het valt de commissie op dat de begrote totale beheerslasten sterk stijgen in de komende periode, in vergelijking met voorgaande jaren. De eigen inkomsten dalen sterk. De commissie kan niet vaststellen of de begroting realistisch en haalbaar is ingeschat. De voorliggende begroting is naar het oordeel van de commissie ondoorzichtig en lastig te koppelen aan de beoogde activiteiten die in het plan genoemd worden. Zo is bijvoorbeeld het educatieprogramma genoemd in het ondernemingsplan, maar is het niet opgenomen in de begroting. Dat geldt ook voor de beoogde samenwerkingen en/of partners en de financiële afspraken die daarvoor gelden. De commissie constateert bovendien dat de omzet sterk stijgt in de periode 2017-2020, maar waarom en hoe wordt niet toegelicht.

De commissie ziet naast het belang voor jong talent, ook het belang voor de operahuizen die hier hun nieuwe zangers scouten. Dit belang is niet gekapitaliseerd in de begroting. De verbinding tussen hen en het concours is minimaal (het beperkt zich tot de voorrondes) en in de ogen van de commissie is dat een gemiste kans, ook op financieel vlak.

Bestuur en toezicht van de organisatie zijn op orde. In het ondernemingsplan is geen visie op de culturele diversiteit in personeel en organisatie geformuleerd. De culturele achtergrond van het bestuur en medewerkers is weinig divers.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als zwak. Het ondernemingsplan gaat niet in op het beoogde publieksbereik en hoe dat gerealiseerd zal worden. De avonden in de Kleine Komedie zijn summier toegelicht en het is dan ook niet te beoordelen voor welke doelgroepen - behalve operaliefhebbers - de avonden bedoeld zijn. Bovendien vindt het concours iedere twee jaar plaats, maar volgens de aanvraag wordt ook in de tussenjaren het bereik ingeschat op 8.800 bezoekers.

Aan het ondernemingsplan is geen marketingplan toegevoegd en ook een duidelijke strategie op het vlak van publieksbereik mist. Het valt de commissie op dat het concours uitgaat van een opera minnend publiek en zich niet inzet om een breder en nieuw publiek aan te spreken. De samenwerking met de Amsterdamse cultuurhuizen kan een cultureel diverse en nieuwe doelgroep bereiken, maar nergens in het ondernemingsplan wordt dit concreet uitgewerkt noch wordt daar een visie op geformuleerd. Hierdoor heeft de commissie niet het vertrouwen in een geslaagde uitwerking ervan.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding van de organisatie als zwak. De organisatie verbindt zich niet met stedelijke vraagstukken, bewoners van de stad, de buurt waar de organisatie gevestigd is of met andere maatschappelijke organisaties in de stad. De Tolhuistuin, De Meervaart, Podium Mozaïek en het Bijlmerparktheater zijn partners voor cultuur educatieve activiteiten, maar de status van die samenwerking en de uitwerking ervan wordt niet besproken in de aanvraag.

De commissie beoordeelt de spreiding als zwak. De activiteiten van de organisatie concentreren zich in het centrum van stad. Wat er in de cultuurhuizen zal plaatsvinden is niet concreet, omdat er op dit moment enkel gesprekken gaande zijn.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Stichting Belvedère Operaconcours Amsterdam niet te honoreren.