de PIT

Cultuureducatie
Aangevraagd: € 330.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: € 254.720

Inleiding

De PIT is in 2013 ontstaan uit het Rozentheater. De PIT wil jongeren en scholen wegwijs maken in het culturele veld. Ook wil zij het culturele veld toerusten om op zijn beurt scholen en jongeren te bereiken, om een vruchtbaar cultureel klimaat op middelbare scholen en daarbuiten te bewerkstelligen. De PIT staat voor publieksontwikkeling en stimuleert jongeren tot actieve en passieve cultuurdeelname, in hun eigen wijk en daarbuiten. Zij werkt met een gelijktijdige en multidisciplinaire inzet van educatie, talentontwikkeling en participatie. De PIT geeft jongeren zowel persoonlijke aandacht als verantwoordelijkheden, voor online content en offline events.

Vanaf 2017 richt de PIT zich niet meer op het primair onderwijs, maar breidt de organisatie haar activiteiten uit in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in een groter afzetgebied, met meer disciplines en met buitenschools aanbod. Het Rozentuinfestival wordt vervangen door twee TIP (Talent In The Picture) Festivals: een presentatieweekend waar de uitkomst van talentontwikkeltrajecten te zien is en een verdiepingsweekend voor individuele talenten. Met een abonnementensysteem voor de culturele sector en de groei van de Classic Tour naar vijf steden, beoogt de PIT meer inkomsten te genereren met de educatieactiviteiten. Naast bestaande websites als depit.nl, wegwijzer voor jong publiek en depitvoorscholen.nl, wegwijzer voor docenten, wordt depitvoortalent.nl geïntroduceerd. Deze website maakt talenten wegwijs en de PIT beoogt dat ze zich hier ook kunnen presenteren.

Voor personeel op het gebied van educatie, productie en online marketing komen extra uren beschikbaar. Een medewerker wordt parttime aangesteld, om de verbetering in de cultureel diverse samenstelling van de personeelsformatie, het bestuur en de PIT Crew vorm te geven en om het beleid in de wijken te ontwikkelen. De organisatie stelt een Raad van Advies in, met een diverse signatuur wat betreft werkveld, afkomst en expertise.

De PIT ontvangt onder de naam DE ROZEN in de periode 2013-2016 meerjarige subsidie vanuit het Kunstenplan van de gemeente Amsterdam, voor een bedrag van € 254.720 per jaar. Voor de periode 2017-2020 vraagt de organisatie in het kader van het Kunstenplan bij het AFK een bedrag van
€ 330.000 per jaar aan.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als voldoende. De organisatie heeft vanuit een geïntegreerde benadering een visie geformuleerd op het belang van kunst vóór en dóór jongeren. De PIT presenteert zich als netwerkorganisatie die jongeren stimuleert tot cultuurdeelname, actief en passief, in hun eigen wijk en daarbuiten. De organisatie stelt in het plan dat de innovatieve kracht van jongeren een belangrijke bron is voor vernieuwing in de kunst- en cultuursector. In de uitwerking heeft dit, naar mening van de commissie, echter tot een diffuus ondernemingsplan geleid. Hieruit wordt weliswaar grotendeels duidelijk wat de filosofie is van de organisatie, maar er ontbreekt - naar mening van de commissie - een heldere vertaling van dit idee van een netwerkorganisatie naar een goed opgebouwd, coherent programma met een rode draad, waarin de beoogde activiteiten voor de periode 2017-2020 beschreven zijn.

In het ambitieus geformuleerde plan worden, naast de netwerkfunctie, ook bemiddelende en producerende functies beschreven. Door al deze functies, wordt het de commissie niet duidelijk waar PIT nu precies voor staat. De PIT zegt in het ondernemingsplan haar vorm gevonden te hebben. Op basis van de aanvraag deelt de commissie deze conclusie niet. Zij constateert dat de organisatie nog in een zoekende fase is en dat in het plan veel dingen genoemd worden die nog ontwikkeld moeten worden. Zo maakt het reeds tien jaar succesvolle Rozentuinfestival plaats voor twee TIP (Talent In The Picture) Festivals. Deze worden opgezet en uitgevoerd in samenwerking met de Tafel van Talentontwikkeling. Het plan schetst een veelheid van doelen voor deze festivals. Zo kan jong talent er met elkaar kennismaken, zich oriënteren of verdiepen, werk maken of optreden voor een groter publiek. Daarnaast wil De PIT het festival een inspiratie- en ontmoetingsplek voor het professionele circuit laten zijn. Het plan maakt voor de commissie niet tastbaar hoe dit zich in de praktijk vertaalt in een programma dat de beoogde verdieping voor de jongeren biedt, ten opzichte van het huidige Rozentuinfestival. Een toelichting op hoe deze twee festivals zich verhouden tot het vrijwel gelijknamige In The Picture Festival van Krater Art & Community voor talent in stadsdeel Zuidoost, ontbreekt. Andere nieuwe activiteiten van de organisatie zijn bijvoorbeeld de introductie van een abonnementensysteem voor de culturele sector, een aanbod voor het mbo en een op te richten website depitvoortalent.nl. De PIT heeft in het verleden vakmanschap getoond in het succesvol ontwikkelen van educatief aanbod voor jongeren, maar de commissie kan zonder concrete toelichting op de plannen nauwelijks beoordelen of genoemde nieuw te ontwikkelen activiteiten onderscheidend zijn.

De PIT wil het culturele aanbod voor jongeren en scholen in het voortgezet onderwijs toegankelijk maken. Zij legt via depitvoorscholen.nl verbindingen tussen jongeren, scholen en culturele aanbieders. De organisatie stelt op deze website kwaliteitsaanbod cultuureducatie voor leerkrachten in Groot-Amsterdam weer te geven. Momenteel is de database onvolledig; deze bevat alleen een deel van het aanbod in de disciplines theater en dans. Een van de ambities voor 2017-2020 is de uitbreiding van deze database, naar multidisciplinair aanbod in Groot-Amsterdam. Er lijkt op de website alleen aanbod van partners van de PIT te worden getoond en niet van andere aanbieders. De criteria waaraan een organisatie moet voldoen om partner te worden, zijn in het plan niet weergegeven. Ook wordt niet onderbouwd waarom een - op het gebied van jongeren en culturele diversiteit relevante - partij als Nowhere geen partner is. De commissie onderkent dat er in het voortgezet onderwijs behoefte is aan structurering in het vele en veelzijdige aanbod. Zij vindt het actief selecteren binnen dat aanbod op basis van een kwaliteitskeurmerk echter een precaire zaak, die vanuit heldere criteria goed onderbouwd moet worden. De huidige werkwijze vindt de commissie een risico geven op een onevenwichtig aanbod, waardoor de aansluiting bij de vraag niet geborgd is.

De PIT Crew vindt de commissie een sterk onderdeel van de activiteiten van de PIT. In dit talentontwikkelingstraject komt de peer-to-peer benadering optimaal tot zijn recht. Jongeren bepalen en produceren in dit talentontwikkelingstraject zelf de inhoud en vorm van online uitingen. Deze uitingen hebben een sterke zeggingskracht, wat resulteert in publieksontwikkeling. De PIT geeft in het plan aan dat culturele diversiteit binnen deze PIT Crew aandacht verdient. De commissie onderschrijft dit, ook met betrekking tot jongeren uit lagere inkomensgroepen. De PIT is voornemens een nieuwe parttime medewerker aan te stellen, die de taak krijgt de culturele diversiteit binnen zowel de PIT Crew als het aanbod te versterken. De commissie heeft er veel waardering voor dat de organisatie dit thema hoog op de agenda zet, maar vindt het opvallend dat er op dit vlak de afgelopen jaren nog weinig vorderingen zijn gemaakt, en dat het plan niet reflecteert op de oorzaken dat de natuurlijke aanwas zo weinig divers is. De commissie plaatst kritische kanttekeningen bij het feit dat de PIT de zorg voor een grotere culturele diversiteit van het aanbod bij een afzonderlijke medewerker wil beleggen, terwijl de organisatie de afgelopen jaren via haar netwerk ruimschoots toegang had kunnen creëren tot dit aanbod. Een verdere concrete aanpak voor meer diversiteit in de Crew is niet uitgewerkt.

In de keten van cultuureducatie kan, naar mening van de commissie, een op jongeren toegespitste netwerkorganisatie van meerwaarde zijn, mits duidelijk is wat de precieze focus en doelstelling is, hoe deze zich verhoudt tot het gehele Amsterdamse cultuureducatieveld- en beleid, en hoe de resultaten kunnen worden gemeten. De commissie is van mening dat de organisatie met: produceren, bemiddelen, netwerken, collectieve marketing en publieksontwikkeling, educatie, talentontwikkeling, dataverzameling en expertisevorming, te veel taken op zich neemt. Daardoor komt bovengenoemde focus – en daarmee ook de meerwaarde – in het gedrang.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. Uit de aanvraag spreekt een gezonde bedrijfsvoering. De financiën zijn op orde. De begroting groeit echter fors ten opzichte van 2015. Met name de kosten voor het presenterende TIP 2 Festival, en de totale personele activiteitenlasten, vindt de commissie hoog. Doordat nog niet duidelijk is wat het programma omvat, kan niet beoordeeld worden of de begroting hiervoor realistisch is.

De commissie merkt op dat de groei van de totale baten voor een significant deel uit de hogere gevraagde AFK-bijdrage bestaat. In het plan worden enkele innovatieve ideeën genoemd om de inkomstenmix te versterken, zoals een abonnementensysteem en een alumnivereniging. Voorts zijn inkomsten uit sponsoring, crowdfunding en met name private middelen opgenomen. De commissie is positief over dit streven naar een brede mix van inkomsten, maar mist in het ondernemingsplan een toelichting op de werkwijze om deze inkomsten te vergaren. Er wordt ingezet op private middelen van jaarlijks € 90.000, terwijl blijkens het financieel verslag van 2015, zowel in 2014 als in 2015, geen inkomsten uit private middelen gerealiseerd zijn. Dat het plan geen aanpak schetst, biedt de commissie daarom weinig vertrouwen in de haalbaarheid van deze inkomsten.

Naast deze beoogde gevarieerde mix van inkomstenbronnen, bestaat de risico-aanpak uit een tijdige start met het zoeken van extra financiële middelen voor de beoogde activiteiten en het vooraf werken aan draagvlak. Dit vindt de commissie eerder een vanzelfsprekendheid, dan een strategie om risico’s op te vangen. Daarnaast valt het de commissie op dat het AFK als enige publieke subsidiënt op de begroting staat voor 2017-2020, terwijl niet alle activiteiten en het publieks- en deelnemersbereik in Amsterdam worden gerealiseerd.

De PIT volgt het bestuur- en directiemodel en heeft haar statuten en huishoudelijk reglement vormgegeven conform de Governance Code Cultuur. In 2016 is sprake van een bestuurswisseling. De organisatie heeft een visie op en aanpak voor de verbetering van representatie van de Amsterdamse diversiteit binnen de PIT Crew, het personeel en het bestuur.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De PIT kent haar publiek, door onder andere veelvuldig onderzoek en een peer-to-peer benadering. De primaire doelgroep van jongeren tussen de 15 en 19 jaar is veranderlijk. De duurzaamheid van de PIT zit hem met name in het herkenbare merk; een jongerenstempel voor cultuur. Er worden drie verschillende subdoelgroepen geformuleerd, die kort worden toegelicht met voorbeelden van hoe de PIT deze op verschillende manieren bereikt.

De PIT beoogt voor 2017-2020 een groei in haar bereik. Het mbo is daarbij een nieuwe doelgroep. Het aanbod hiervoor zal in samenwerking met het culturele veld ontwikkeld worden. Dit vindt de commissie nog weinig concreet. De beoogde verdubbeling in het bereik van de Classic Tour, wordt niet onderbouwd met een plan van aanpak om dit te bewerkstelligen. De commissie onderschrijft dat de waarde van De PIT voor Amsterdam niet alleen kan worden geëvalueerd op grond van aantallen; bij de bepaling van het succes van een netwerkorganisatie spelen ook de doorstroomcijfers of waarderingsevaluaties een rol. Dergelijke gegevens zijn echter niet bijgevoegd; het plan stelt dat de organisatie via de Monitor Podiumkunsten gaat proberen zicht te krijgen in de impact van haar inspanningen.

De commissie is van mening dat de vergroting van 300 naar 1000 volgers op het onder jongeren veel gebruikte Instagram nog steeds weinig is in relatie tot de 60.000 Amsterdamse jongeren in de doelgroep. Bij het wel ambitieuze streven naar hoge aantallen unieke bezoekers van de website per maand en maandelijks betrokkenen op facebook, valt op dat nauwelijks wordt aangegeven hoe dit gerealiseerd zal worden. De aandacht in het plan voor het verbeteren van de culturele diversiteit onder het publiek en de deelnemers, vindt de commissie positief, maar is in praktische zin nog weinig uitgewerkt. Deze doelgroep wordt nu voornamelijk via het vmbo en het mbo bereikt. De nieuwe deelnemende scholen in het Rozentuinfestival 2015 waren het weinig cultureel diverse Geert Grote college, het Vossius gymnasium, het 4e Gymnasium, het Barlaeus, het Amsterdams Lyceum, en de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert. De PIT stelt actief in te spelen op subculturen, en de gelijke behandeling van hoge en lage cultuur vindt de commissie goed en belangrijk voor een stad als Amsterdam, met een diverse populatie. Als voorbeeld van hoge en lage cultuur, wordt zowel de aandacht voor het Stedelijk Museum als de nieuwste Bondfilm genoemd. De commissie had graag meer voorbeelden gezien van hoe het de PIT jongeren, die zowel het Stedelijk Museum als de nieuwste Bondfilm niet uit zichzelf vinden, in de praktijk gaat bereiken, en hoe er actiever wordt ingezet op aanbod in de periferie van Amsterdam.

In het ondernemingsplan wordt veel aandacht besteed aan achterliggend onderzoek en theoretische kaders. Er worden veel zaken aangestipt die de PIT wil, kan of gaat doen, zoals het bereiken van schoolverlaters in samenwerking met organisaties als Stichting Streetpro en uitbreiding in het mbo. Hoe en of dit in de praktijk wordt aangepakt, vindt de commissie in dit plan echter te weinig aandacht krijgen.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als voldoende. De PIT werkt samen met onder andere Stadsschouwburg Amsterdam, de Tafel van Talentontwikkeling, Kunstbende en diverse Cultuurhuizen. Daarnaast is er samenwerking met mediapartners (hoewel FunX niet genoemd wordt), en het serious gaming bedrijf Mindgames. Er wordt verbinding gelegd met de stedelijke samenleving middels coalities met diverse vormen van voortgezet onderwijs, het mbo en Streetpro. Door de peer-to-peer aanpak, is er een directe of indirecte connectie met stedelijke vraagstukken. Dit is op zich voldoende samenwerking, maar voor een netwerkorganisatie vindt de commissie dat het plan weinig aandacht besteed aan de invulling van deze samenwerkingen. Zij ziet daarnaast nog meer samenwerkingsmogelijkheden, deels buiten de meer selecte groep cultuuraanbieders waar nu voor gekozen wordt.

De spreiding beoordeelt de commissie als zwak. Hoewel de PIT Groot-Amsterdam wil gaan bereiken, vindt het grootste deel van de activiteiten, deelnames en bezoeken plaats in de stadsdelen Centrum en Zuid.

Conclusie

Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van de PIT niet te honoreren.