DAT!school

Cultuureducatie
Aangevraagd: € 90.000
Toegekend: € 75.000
Toegekend 2013-2016: € 0

Inleiding

Stichting DAT!school is een jeugdtheater- en filmschool in Amsterdam-Noord. De school wil kinderen en jongeren door middel van theater en film op speelse wijze laten ontdekken wat hun passie is, welke talenten ze hebben, wat theater en film is en wat deze kunstdisciplines voor hen kunnen betekenen in de toekomst. De school is sinds negen jaar actief voor kinderen en jongeren van 7 tot 21 jaar met diverse maatschappelijke, sociale en culturele achtergronden. De school zet cultuureducatie in om hen te leren en te laten ervaren hoe zij op een open manier naar de wereld kunnen kijken en verbindingen kunnen aangaan met andere culturen. Jongeren maken op de school in de wijk kennis met wat het betekent om zelf theater en film te maken, en krijgen de mogelijkheid zich daar verder in te ontwikkelen. Gemotiveerd talent kan zich verder bekwamen en voorbereiden op het vakonderwijs. Maken en presenteren zijn hoofdbestanddelen van het programma. De school wil laagdrempelig zijn en scholen, buurthuizen en de lokale overheid worden intensief betrokken. In het Overleg Jeugdtheaterscholen Amsterdam (OJA) werkt de organisatie samen met drie andere jeugdtheaterscholen. 

De komende jaren wil de DAT!school de activiteiten op het gebied van talentontwikkeling versterken, meer jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar aan zich binden en de doorstroom van het binnenschoolse- naar het naschoolse aanbod verbeteren. De doorlopende leerlijn theater, die de afgelopen periode in samenwerking met Mocca is ontwikkeld, zal nu in praktijk worden gebracht. Voor de beoogde groei in het aantal deelnemende jongeren wordt het aantal productieklassen vergroot. Activiteiten in de talentontwikkelingsfase van ‘bekwamen’ en de oriëntatie op beroepsopleidingen, worden een belangrijk onderdeel van het programma. Ouders zullen de komende kunstenplanperiode actiever bij de missie van de school betrokken worden. De DAT!school wil haar positie in het culturele veld en in de stad versterken, en ambieert de organisatie te professionaliseren en te laten groeien.

De aan het AFK gevraagde subsidie in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 bedraagt € 90.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als ruim voldoende. Zij is positief over de vaste positie die de DAT!school heeft verworven als één van de eerste aanbieders van structurele cultuureducatie in Amsterdam-Noord. De school wordt binnen Noord, blijkens de groeiende deelnemersaantallen, gewaardeerd door de scholen en leerlingen. De commissie merkt wel op dat de artistieke visie vrij algemeen geformuleerd is. Zo wordt er een open houding jegens elkaar benoemd, maar wordt niet expliciet gerefereerd aan het vinden van aansluiting bij de belevingswereld van kinderen en jongeren met verschillende culturele achtergronden, die in het huidige stadsdeel Noord woonachtig zijn. De DAT!school heeft echter een duidelijker, beter uitgewerkte visie op haar cursusaanbod en streeft in het leerproces onder andere naar persoonlijke ontwikkeling en het aanspreken van meervoudige intelligentie. Er is naar mening van de commissie een logische doorstroommogelijkheid in het curriculum van basis- naar gevorderde en productieklassen, waarin talentontwikkeling centraal staat. Het curriculum is degelijk en met vakmanschap opgebouwd, vanuit realistische doelen. Wel zou, naar mening van de commissie, meer ruimte kunnen worden geboden aan vernieuwende en eigentijdse impulsen in de vorm van bijvoorbeeld urban stijlen en genres, of peer-educators die de zeggingskracht voor de deelnemers zouden kunnen vergroten.

De verbinding tussen theater en film wordt overtuigend onderbouwd. In de visie van de DAT!school versterken deze elkaar. In de huidige beeldcultuur is kennis van film een waardevolle toevoeging aan de vaardigheden van kinderen. Met de verbinding tussen film en theater onderscheidt DAT!school zich volgens de commissie van andere jeugdtheaterscholen.

De commissie mist in het plan een uitgesproken visie op cultuuronderwijs. Onderwijsactiviteiten fungeren veelal als toeleiding naar het buitenschoolse aanbod van de DAT!school, wat ook de kerntaak van de organisatie wordt genoemd. Voor de periode 2017-2020 werkt de DAT!school samen met Mocca aan de implementatie van een doorlopende leerlijn theater. De uitwerking van deze leerlijn in de praktijk, wordt in het ondernemingsplan echter onvoldoende toegelicht. Er wordt geen inzicht gegeven in de werkwijze om kunst en cultuur te verankeren in het curriculum van de scholen.

De commissie mist in het plan een aanpak om de artistieke continuïteit van de school de komende jaren te waarborgen. De school leunt sterk op de directeur, die de pensioengerechtigde leeftijd nadert. Ruime aandacht voor overdracht en borging van kennis en ervaring, lijkt de commissie daarom even noodzakelijk als de eerdergenoemde vernieuwende impulsen. Beiden zijn in de ogen van de commissie de komende jaren wezenlijk voor een goede doorontwikkeling van deze voor Noord belangrijke aanbieder van binnen- en buitenschools aanbod van cultuureducatie.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. De meerjarenbegroting van de DAT!school bevat, naar mening van de commissie, een aantal onduidelijkheden. Zo stijgen de begrote baten voor 2017-2020 fors. De activiteiten die deze groei rechtvaardigen worden in het ondernemingsplan echter onvoldoende onderbouwd, waardoor de commissie niet kan vaststellen of de groei realistisch is. Dit geldt ook voor de hieraan verbonden baten. De hoge beheerslasten nemen gedurende de periode 2017-2020 procentueel af, zonder dat dit wordt toegelicht. Ook vindt de commissie de geringe omvang van het eigen vermogen, in verhouding tot de jaarlijkse begrote personele lasten, kwetsbaar.

De commissie vindt het financieel gezien een verstandige keuze dat de DAT!school zich in toenemende mate op het kostendekkende aanbod voor scholen richt. Het aantal deelnemers van dit aanbod is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. De voor 2017-2020 beoogde groei, ook in het niet-kostendekkende naschoolse aanbod, lijkt de commissie ondanks deze groei van de afgelopen jaren echter te ambitieus. In het ondernemingsplan wordt daarbij aangegeven dat de toeloop van leerlingen in dit naschoolse segment voor 12-18 jaar, de afgelopen jaren juist stagneert. Dit is naar mening van de commissie relevant, omdat de inkomstenmix inzet op een ferme groei van eigen inkomsten op basis van hoge aantallen deelnemers. De organisatie stelt dat de inkomsten aangevuld zullen worden met financiering vanuit private en zakelijke partijen. Dit wordt echter niet gedragen door een plan van aanpak. De organisatie is zich bewust van de risico’s. In 2014 heeft zij een model, dat ontwikkeld is door het Instituut Nederlandse Kwaliteitszorg, geïmplementeerd en in een document een nulmeting van de school vastgelegd. Hieruit zijn diverse actiepunten voortgekomen. De commissie vindt het teleurstellend dat dit niet geresulteerd heeft in een stappenplan om de financieringsmix te verbreden en versterken. Mogelijk kan de recentelijk aangestelde zakelijk leider hier verbetering in brengen.

De DAT!school heeft de ambitie het aanbod voor een zo groot mogelijke doelgroep beschikbaar te stellen en houdt hiertoe de lesprijzen laag. Dit past bij de doelstelling om laagdrempelig te zijn. In de wijken worden er zelfs gratis activiteiten aangeboden. Het aanbieden van gratis activiteiten vindt de commissie geen verstandige aanpak. Om de betrokkenheid van leerlingen en/of ouders bij een activiteit te vergroten en de waardering ervan te versterken, is een minimale financiële bijdrage van belang. Bovendien kunnen kinderen van minder draagkrachtige ouders een beroep doen op het Jongerencultuurfonds. De organisatie onderschrijft de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit. De aanpak en werkwijze met betrekking tot met name de culturele diversiteit van het personeel en toezicht is niet uitgewerkt in een concrete aanpak.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De DAT!school heeft de afgelopen jaren een eigen publiek aan zich weten te binden en een groeiend deelnemers- en publieksbereik gerealiseerd. Voor de periode 2017-2020 zet de school in op deelnemersuitbreiding en probeert zij deelnemers te behouden middels leerlijnen en doorstroom van binnen- naar naschools aanbod. De commissie is niet overtuigd van de haalbaarheid van de totale beoogde deelnemersgroei. Groei is op basis van de behaalde resultaten in de afgelopen jaren wel aannemelijk, maar niet in de mate waarin dit nu wordt voorgesteld. Het opbouwen van een relatie met bijvoorbeeld het vmbo, kost tijd. De commissie merkt op dat in de aanvraag een concreet plan van aanpak voor het bereiken van specifieke doelgroepen ontbreekt. Zo meent de commissie dat er ten behoeve van de voorgenomen inzet op een groter binnenschools bereik meer inzicht moet zijn in het type scholen en de kenmerken van de schoolpopulatie.

De organisatie heeft een algemeen marketing- en communicatiebeleid, dat primair gericht is op leerlingenwerving. Het leggen van contact met het onderwijs en het creëren van draagvlak in schoolteams wordt echter nauwelijks beschreven. De organisatie geeft zelf aan moeite te hebben om jongeren te bereiken. Dit gebeurt nu via kennismakingsworkshops in het voortgezet onderwijs. De commissie mist een aanpak die aansluit bij de belevingswereld en interesses van jongeren. Er lijkt geen op de doelgroep afgestemd aanbod te worden ontwikkeld. Ook wordt geen andere, minder schoolse leeromgeving geboden om aansluiting bij de leefwereld van jongeren te vinden. Publieksonderzoek zou behulpzaam kunnen zijn om de behoeften en interesses van jongeren beter te leren kennen en die aansluiting te verbeteren.

In het verlengde hiervan betreurt de commissie het dat er bij de herziening van het wijkprogramma Club Doe DAT! voor wordt gekozen de activiteiten meer op de reguliere cursussen te laten lijken, om zo de doorstroom te bevorderen. De commissie is van mening dat de signatuur van juist het aanbod binnen de wijken aangepast zou kunnen worden, om aan te sluiten bij een andere doelgroep. In het ondernemingsplan wordt gesteld dat het aantal naschoolse lessen nagenoeg gelijk zal blijven en dat alleen de activiteiten in de wijken worden uitgebreid. Dit strookt naar de mening van de commissie niet met de geformuleerde ambitie om de doorstroom van binnen- naar naschools aanbod te verbeteren.

Uit de documentatie van de activiteiten van de school en uit de uitingen via sociale media, constateert de commissie dat de samenstelling van het leerlingenbestand (nog) niet de culturele diversiteit van het werkgebied weerspiegelt. De school schrijft in haar plan de toegankelijkheid voor kinderen en jongeren met diverse culturele achtergronden te willen vergroten. In het leerlingenbestand, met name van het buitenschoolse aanbod, ziet de commissie dit uitgangspunt onvoldoende terug. Het diversiteitsbeleid zou in de periode 2017-2020 meer in praktijk mogen worden gebracht.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als voldoende. Als aanbieder van structurele cultuureducatie in het dynamische en snel veranderende Amsterdam-Noord, is de DAT!school van belang voor de groeiende groep kinderen en jongeren die het stadsdeel rijk is. Er wordt samengewerkt met onder andere Muziekschool Noord, scholen, buurthuizen, Stichting Wijsneus en de lokale overheid. Ook partijen als SOCK, Stichting Taalvorming, Noordje en De Tafel van Talentontwikkeling worden genoemd. De commissie ziet nog potentie om het aantal partners en allianties in Noord te vergroten en te verbreden, zoals met sport en jongerenwerk. Met ISH en Cinedans is er een intentie tot samenwerking op het gebied van lesprogramma’s, workshops en het bekijken van elkaars artistieke uitingen, die echter in het plan nog weinig concreet wordt gemaakt.

De beginnende samenwerking tussen de jeugdtheaterscholen in het OJA vindt de commissie een goede ontwikkeling. De voorgenomen samenwerkingsactiviteiten vindt zij echter onderdeel van de corebusiness van de DAT!school en de andere jeugdtheaterscholen. De commissie constateert geen strategisch uitgewerkte vorm van samenwerking op het gebied van zakelijke leiding, marketing en expertise die de reguliere werkpraktijk ontstijgt, en een extra bijdrage onderbouwt.

De spreiding beoordeelt de commissie als goed. Alle activiteiten en bezoeken vinden plaats in Amsterdam-Noord.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van de DAT!school te honoreren met een jaarlijks bedrag van
€ 75.000. Dit is een lager bedrag dan aangevraagd, omdat de commissie de mate van groei in de aanvraag niet realistisch vindt ingeschat. Ook adviseert de commissie om bovenstaande redenen niet bij te dragen aan de extra kosten voor samenwerking binnen het OJA.