Compagnie Karina Holla

Theater
Aangevraagd: € 27.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Sinds dertig jaar brengt Karina Holla bij de Compagnie Karina Holla jaarlijks een productie uit. De missie van de organisatie is het innoveren van de discipline mime en deze toegankelijk te maken voor een breed publiek. Door lessen en workshops te geven op theaterscholen in Amsterdam, Utrecht, Tilburg en internationaal, wil Karina Holla jonge makers enthousiasmeren. Op die manier staat Holla zowel aan het begin als aan het eind van de keten van haar maakproces. Ze maakt, produceert, speelt en verkoopt zelf alle producties, waarin de nadruk ligt op de emotionele lading van de beweging.

De komende periode wil Holla zich ook gaan toeleggen op teksttheater en als speler een tekst fysiek tot leven brengen. Manfred Karge en Rob de Graaf schrijven een tekst, ondersteund door Gerardjan Rijnders en Kia Berglund. Internationaal wil Holla zich ontwikkelen, door in Engelse en Duitstalige voorstellingen samen te werken met bekende buitenlandse makers.

In 2017-2020 worden de volgende eigen producties gerealiseerd op basis van Holla's inspiratie bronnen: Another Nice Mess (2017), waarin Holla samen met de Zweedse actrice Gunilla Röör de grens onderzoekt tussen vallen en opstaan; Oorlogsvrouwen (2018), over vrouwen in onmenselijke omstandigheden; Hardingsoefeningen (2019), over een Hongaarse tweeling die de oorlog overleeft door zichzelf en elkaar te harden en Storing (2020), over de confrontatie tussen het afwijkende en het normale. Daarnaast speelt Holla in de voorstelling Romp van Roy Peters en regisseert zij in 2017 een eindexamenproductie van de Koninklijke Hogeschool voor de Kunst in Stockholm.

Compagnie Karina Holla vraagt voor de activiteiten in het kader van her Kunstenplan 2017-2020 een subsidie aan van € 27.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als zwak. De artistieke visie van Compagnie Karina Holla is in het ondernemingsplan summier weergegeven en weinig onderbouwd. De aanvraag geeft nauwelijks inzicht in de inhoudelijke voornemens voor 2017-2020. Compagnie Karina Holla beschrijft weliswaar een sterk persoonlijk geëngageerde motivatie voor de voorgenomen producties, maar geeft geen duidelijk beeld van de artistieke visie en daaruit volgende ambities en voornemens. Er is geen uitgangspunt geformuleerd van waaruit de activiteiten voortvloeien of samenhang tonen. De thema’s die ten grondslag liggen aan haar voorstellingen, het wezenlijk menselijke achter de beschaving, waarbij vaak vrouwen en hun veerkracht centraal staan, zijn onderscheidend in het werk van Holla.

De organisatie geeft in de plannen hier geen uitwerking aan, noch wordt duidelijk hoe dit persoonlijk engagement, van waaruit de maker voorstellingen maakt overgebracht wordt op het publiek. Het plan oogt introvert; er blijkt niet uit in hoeverre de voorstellingen zeggingskracht zullen hebben voor het beoogde publiek. Uit het ondernemingsplan valt af te lezen dat Holla niet enkel wil inzetten op het realiseren van voorstellingen opgebouwd rond haar eigen signatuur en interesses. Ook voorstellingen die vanuit gedeelde interesses met andere makers tot stand komen worden gemaakt.

Uit de omschrijving van de activiteiten wordt echter niet duidelijk hoe deze verbinding met andere makers wordt vormgegeven of wat Holla daarmee beoogt. De keuze voor de stap naar teksttheater, die in de aanvraag wordt benoemd, mist inhoudelijke onderbouwing en context. De commissie onderkent de expertise en het vakmanschap van de maker Karina Holla, ze heeft zich afgelopen jaren bewezen als interessante, eigenzinnige theatermaker. De commissie is echter niet positief over de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van de plannen van het gezelschap.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als zwak. De aanvraag van Compagnie Karina Holla geeft weinig inzicht in de zakelijk inrichting van de organisatie.

Hoe de bedrijfsvoering van Compagnie Karina Holla erop is ingericht om de voorgenomen programmering en het beoogde publiek te bereiken, wordt niet duidelijk. Bovendien is de bedrijfsvoering van de organisatie niet op orde. De jaarrekeningen geven geen inzicht in de exploitatie. De begroting voor 2017-2020 geeft geen inzicht in de bedrijfsmatige kant van de organisatie. De meerjarenbegroting die is meegestuurd lijkt te zijn samengesteld uit losse projectbegrotingen. Hierdoor krijgt de commissie geen beeld van de manier waarop de meerjarige subsidie wordt ingezet voor het verstevigen van de organisatie.

In de aanvraag wordt aangegeven dat er enkel medewerkers op inhuurbasis worden aangetrokken, er is geen vaste personele basis. De commissie vindt bovendien dat de kosten per project niet in verhouding staan tot de baten uit publieksinkomsten. Ook de mix van inkomstenbronnen is volgens de commissie niet realistisch: Compagnie Karina Holla leunt sterk op subsidies. Holla genereert weinig andere eigen inkomsten, er zijn nauwelijks coproducenten opgevoerd en de publieksinkomsten zijn relatief laag.

Het bestuur is niet op orde. De Governance Code Cultuur wordt op dit moment niet gehanteerd, de beoogde implementatie hiervan laat nog geruime tijd op zich wachten. Ook formuleert
Compagnie Karina Holla geen visie op en aanpak van de diversiteit van het bestuur.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als zwak. Een visie op de duurzame opbouw van publiek ontbreekt. Er wordt in het ondernemingsplan nauwelijks aandacht besteed aan hoe de organisatie een publiek vast wil houden, beter wil leren kennen en uit zal breiden met het oog op de toekomst. Er zijn geen doelgroepen omschreven en er is geen marketingaanpak opgenomen, waarmee concrete inspanningen duidelijk worden om publiek te bereiken.

Een publieksgroep waar in de aanvraag summier aandacht aan wordt besteed, zijn leerlingen waaraan Holla zelf les geeft. De organisatie geeft wel aan te willen investeren in een cultureel divers samengesteld publiek, maar dit wordt niet vertaald in een marketingstrategie of zichtbaar uit de voorgenomen activiteiten.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als zwak. Compagnie Karina Holla verbindt zich niet met stedelijke vraagstukken, en legt geen verbindingen met de bewoners van de stad of de buurt. Ook worden er geen coalities en verbindingen gelegd met andere culturele organisaties in de stad. Hoewel wel met een aantal Amsterdamse kunstenaars wordt samengewerkt, vertaalt dit zich in de plannen niet aantoonbaar in een concrete of inhoudelijke verbintenis.

De commissie beoordeelt de spreiding als zwak. Er zijn geen activiteiten buiten het stadscentrum. Daarmee draagt de organisatie niet bij aan een stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik daarvan.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Compagnie Karina Holla niet te honoreren.