BackBone

Dans
Aangevraagd: € 110.000
Toegekend: € 70.000
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

BackBone wil hiphop een nieuwe dimensie geven. De stichting is opgezet door danser en choreograaf Alida Dors. Zij vermengt hiphop met een eigentijdse dramaturgie en danstaal, met voorliefde voor minimalisme. Alida’s voorstellingen vertrekken vanuit een helder concept, waarbij dansers vaak een beperking opgelegd krijgen. De dans is zwaar en uitputtend met veel herhaling. Het repetitieve karakter zit niet alleen in de dans, maar herhalingen in de muziek en tekst kenmerken ook haar werk. 

BackBone richt zich op herkenbare thema’s uit de samenleving en werkt met een multi-etnisch ensemble. BackBone wil het hiphopvocabulaire verdiepen, linken met andere disciplines en het publiek verbreden. De deconstructie van de hiphopdans is belangrijk in het werk. De visie van BackBone is ‘BackBone connects’: wezenlijk contact, aandacht voor elkaar, en verbindingen maken met verschillende publieksgroepen en disciplines. Hierbij heeft de stichting aandacht voor het verbreden van draagvlak en werven van een nieuw en breed publiek, met als doel hen langdurig te verbinden. Het behouden en verdiepen van de relatie met het huidige publiek is eveneens een belangrijk doel. BackBone wil groeien naar een aanbod voor de kleine en de grote zaal. Daarnaast wil BackBone haar projecten ook zichtbaar maken in de publieke ruimte en de straat; daar waar volgens de stichting de hiphop vandaan komt.

In de periode 2017-2020 staan de volgende avondvullende voorstellingen gepland: True Colors (2017), een coproductie met Productiehuis Rotterdam, SPEAK (2018), een coproductie met muziektheatergezelschap Silbersee, Remake van Rebound (Conny Janssen Danst) (2018), Black Memories (2018), een coproductie met Danstheater Aya en de Tafel van Vijf, Dit Dit Dot Dash (2019), en Listen (2020). Daarnaast ontwikkelt Alida Dors double bills, die gericht zijn op internationale netwerk en de dialoog met choreografen uit de internationale hiphopdansscene.

BackBone, Cinedans, Podium Mozaïek en filmmaker Manuel Rodrigues maken in de periode 2017-2020 gezamenlijk twee korte films. Op het gebied van talentontwikkeling organiseert BackBone een traject voor jonge makers en samenwerking met Solid Ground Movement. Met “Back it up” organiseert BackBone een tweedaags festival, waarin de nationale en internationale ontwikkeling van hiphopdans in het theater wordt getoond. In de komende periode wil BackBone naar een vaste organisatievorm met vaste medewerkers en dansers toe werken, in plaats van projectmatig werken.

De stichting is toe aan een vervolgstap en richt zich hiervoor op de volgende punten: versteviging van de organisatie door structurele financiële middelen, een vast artistiek team, de opbouw van een dansers ensemble, meer zichtbaarheid en het vergroten van het publieksbereik, dans in de publieke ruimte, internationalisering, stevige coproducenten, een actieve raad van advies en klankbordgroep, ruimte voor talentontwikkeling, meer verbinding met partners, multidisciplinair werk, de opbouw naar spelen in grote zalen en het imago en de branding van BackBone meer positioneren.

In het kader van het Kunstenplan 2017-2020 vraagt BackBone een subsidiebedrag van € 110.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van BackBone als ruim voldoende. Uit de overtuigend geschreven aanvraag spreekt een duidelijk profiel en een sterke artistieke visie, waarin de eigen artistieke ontwikkeling van Alida Dors herkenbaar verweven is. Met haar veelzijdige, sociaal geëngageerde blik op urban dansvormen heeft ze duidelijk een plek in het dansveld veroverd. Ook de visie op talentontwikkeling vindt de commissie in de aanvraag goed uitgewerkt en ondersteund met goede samenwerkingspartners. Daaruit blijkt dat ook is nagedacht over doorstroom en uitwisseling van talenten, door hen te begeleiden naar presentatieplekken en andere organisaties.

Alida Dors schuwt niet traditionele vormen van hiphop te transformeren, en is met haar werk onderscheidend in de wijze waarop ze een intelligente verbinding maakt tussen hiphop en andere genres. Dit toont zich ook in de wijze waarop Dors zichzelf in de sector opstelt: zij staat expliciet voor diversiteit, interdisciplinaire samenwerking en uitwisseling buiten de eigen community. Met het deconstrueren van de dansvormen heeft BackBone een duidelijke eigen signatuur ontwikkeld, die een grote oorspronkelijkheid heeft. Het minimaliseren van de dans kan naar de mening van de commissie soms nog wel ten koste gaan van de spanningsopbouw gedurende een hele voorstelling, en daarmee van de zeggingskracht.

Daarbij ziet de commissie dat het idioom van Dors nog volop in ontwikkeling is. Ze ziet de grote potentie van de wijze waarop de choreografe haar hiphop DNA samenbrengt met academische, hedendaagse dans. Dit is nu echter nog niet altijd in balans. De commissie vindt het van belang dat Dors, in haar onderzoek de twee dansvocabulaires te verenigen, ervoor waakt dat ze haar oorspronkelijke kracht en achtergrond niet verliest.

Ook mag nog aandacht worden besteed aan het vakmanschap van de dansers; dit is niet altijd in lijn met wat van hen fysiek aan veelzijdige technische beheersing wordt verlangd. Aan de andere kant spreekt een grote eigenheid uit de keuze voor haar dansers, die echte persoonlijkheden zijn. De commissie heeft vertrouwen in de stap die BackBone wil maken naar de grote zaal.

Alida Dors heeft een sterk artistiek team om zich heen verzameld en ook uit de aangegeven samenwerkingspartners spreekt vertrouwen. De dramaturgische kwaliteit van de voorstellingen verdient daarbij dan nog wel extra aandacht. Haar werk zal naar verwachting voor de grote zaal een vertaalslag vragen. De artistieke visie vertaalt zich in een ambitieus en samenhangend programma van avondvullende voorstellingen en coproducties met interessante partners, waarin maatschappelijke thema’s, multidisciplinariteit, en de relatie tussen dan tekst en muziek centraal staan. Met “Back it up” organiseert BackBone daarbij een interessante presentatieplek voor ontwikkelingen in de hiphopdans.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. BackBone is een kleine organisatie met een overzichtelijke structuur en gezonde bedrijfsvoering. De Governance Code Cultuur wordt toegepast en het bestuur maakt een solide indruk. Uit de plannen komt een visie op diversiteit van de organisatie en het bestuur naar voren, die zich ook vertaalt in de samenstelling van de dansers van BackBone.

De begroting oogt op het eerste gezicht haalbaar. De doelstelling van 40 voorstellingen per jaar past bij de omvang van de organisatie en er is sprake van een mix van inkomsten. De commissie vindt dat BackBone echter niet voldoende in de plannen aannemelijk heeft gemaakt hoe de verwachte eigen inkomsten worden behaald. De commissie vindt de inzet op hogere uitkoopsommen niet realistisch, gezien het huidige economische klimaat en de budgetten van podia die vrijwel overal in het land onder druk staan.

De plannen voor verkoop van de voorstellingen vertalen zich bovendien niet in een duidelijke speellijst. De externe opdrachten, waar inkomsten uit worden verwacht, zijn niet helder omschreven. De coproducties vormen naar oordeel van de commissie daarentegen een basis voor de eigen inkomsten. Doordat de organisatie zich naar buiten toe verbindend opstelt, kan BackBone bouwen op sterke coproducerende partners. BackBone heeft daarnaast stabiele partnerschappen met podia en producerende partijen. Dit acht de commissie echter onvoldoende om de begrote eigen inkomsten te realiseren.

De commissie vindt het opmerkelijk dat er gedurende de periode een behoorlijke stijging in de personele beheerslasten plaats vindt. In de plannen is hiervoor geen onderbouwing opgenomen. Wel getuigen de plannen van efficiëntie in de samenwerkingen, waardoor vaste kosten zoals voor huur van ruimte, laag zijn. Uit de plannen blijkt dat BackBone met de organisatie wil voortbouwen en daarbij een keuze maakt voor een artistiek kernteam, waarbij specialisten worden betrokken die op basis van de artistieke ambities de zakelijke keuzes uitwerken. Met de groeiende artistieke ambities mag echter ook meer visie verwacht worden op de zakelijke vertaling hiervan. In de plannen is dit slechts summier beschreven.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De commissie is van mening dat BackBone met de voorstellingen duidelijk zichtbaar verbinding met het publiek opzoekt. In de werkwijze van BackBone en de naar buiten gerichte houding van Dors wordt het directe contact, en zo ook voeling, met het publiek gehouden. BackBone heeft zo de afgelopen periode steeds meer gewerkt aan opbouw van publiek en is daarin succesvol gebleken. De commissie is ook van mening dat met de voorgenomen programmering dit opgebouwde publiek ook vastgehouden zal kunnen worden. BackBone refereert in haar benadering van hiphopdans niet alleen aan jongerencultuur, waardoor het werk volgens de commissie appelleert aan een bredere doelgroep. Door het interdisciplinair werken van BackBone wordt bijvoorbeeld ook publiek van muziek- en theaterliefhebbers aangesproken.

Interessant vindt de commissie daarnaast dat BackBone dansfilms gaat ontwikkelen, dat kan ook een bredere groep bekend maken met het werk van het gezelschap. Gezien de kansen die het werk van BackBone en de werkwijze van Dors bieden voor een brede publieksbenadering, is het opmerkelijk dat in de plannen geen uitgewerkte visie op het publiek en hoe deze bereikt gaat worden terug te lezen is. De nieuwe en cultureel diverse doelgroepen waarmee BackBone het contact wil intensiveren zijn wel genoemd, maar een visie op hoe de organisatie deze vervolgens wil gaan bereiken ontbreekt. De voorgenomen publieksgroei van BackBone vindt de commissie, door het gebrek aan een concreet op de genoemde doelgroepen gericht marketingplan, dan ook niet voldoende aannemelijk gemaakt.

De marketinginstrumenten ogen redelijk conventioneel, terwijl het bereiken van de beoogde doelgroepen een creatievere, op deze doelgroepen toegespitste aanpak vereist. Het plan geeft er ook geen blijk van dat er publieksonderzoek wordt gedaan. In de plannen zijn wel interessante samenwerkingspartners benoemd, waarvan de commissie zelf verwacht dat deze kunnen bijdragen aan het bereik van nieuwe doelgroepen voor BackBone. De programmering in zowel grote als kleine zalen, op diverse en uiteenlopende festivals, en het gedifferentieerd prijsbeleid dat wordt gevoerd, zijn volgens de commissie wel kansrijke maatregelen om een groter en meer gedifferentieerd publiek te bereiken. De commissie vindt het jammer dat dat niet in de plannen expliciet is gemaakt.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als goed. BackBone heeft een duidelijke verbinding met Amsterdam. De organisatie betrekt verschillende artistieke partners in de stad, zowel binnen als buiten de urban en hiphopscene. De thematiek die Dors in haar voorstellingen gebruikt geeft blijk van engagement en bewustzijn van actuele sociaal maatschappelijke thema’s, die spelen in de stad. Dors zelf is volgens de commissie een aansprekend rolmodel voor verschillende jongerenculturen, wat ze ook naar buiten uitdraagt.

De commissie beoordeelt de spreiding als voldoende. Uit de plannen blijkt dat actief op spreiding wordt ingezet. BackBone is actief in meerdere stadsdelen waarbij een voldoende aandeel van publiek buiten de stadsdelen Centrum en Zuid wordt bereikt. De meeste activiteiten vinden echter plaats in het centrum.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van BackBone gedeeltelijk te honoreren. Ze acht de gevraagde subsidie niet in verhouding met het voorgenomen activiteitenniveau in Amsterdam. De in de aanvraag opgenomen hogere beheerslasten zijn onvoldoende onderbouwd. De commissie adviseert de aanvraag van Backbone daarom gedeeltelijk te honoreren met een subsidie van € 70.000 per jaar.