Amsterdams Kleinkunst Festival

Theater
Aangevraagd: € 80.000
Toegekend: € 60.000
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Het Amsterdams Kleinkunst Festival richt zich sinds de start in 1988 op het ontwikkelen van talentvolle kleinkunstenaars. Vanuit een onafhankelijke positie signaleert het festival relevante ontwikkelingen in het genre, scout het aanstormende talenten, biedt het professionele begeleiding op maat en geeft het ruimte aan ontmoeting en experiment. Er wordt gestreefd naar hoge kwaliteit en een eigenzinnige artistieke identiteit om een zo breed mogelijk publiek te boeien en te binden aan de kleinkunst. Doelstellingen zijn de inhoudelijke ontwikkeling van het genre kleinkunst als volwaardige kunstvorm, volgens het festival de verzamelterm voor verschillende theatrale vormen, zoals liedkunst, cabaret, muzikaal theater, muziektheater en poëzie. Daarnaast zet de organisatie zich in voor een sterkere landelijke marktpositie van de kleinkunstenaar en een betere zichtbaarheid van de kleinkunst in Amsterdam. Om dit te bereiken wil het AKF zich de komende jaren ontwikkelen tot toonaangevend platform voor de kleinkunst in Nederland.

In de periode 2017-2020 worden de activiteiten langs drie programmalijnen ontwikkeld en uitgevoerd. In de programmalijn jonge talenten valt het Concours om de Wim Sonneveldprijs; verschillende workshops voor de deelnemers aan het concours; workshops en presentaties spoken word van vijf getalenteerde makers met het Andalusisch Orkest, en bezoekprogramma's voor studenten. 

Binnen de programmalijn toptalenten worden coproducties gerealiseerd in samenwerking met Theater Bellevue en de Avond van de Kleinkunst, waarvan de programmering tot stand komt door verbindingen te leggen tussen jonge kleinkunsttalenten en ervaren kunstenaars. Tevens organiseert het Amsterdams Kleinkunst Festival muziektheatervoorstellingen rond kleinkunst uit het verleden, colleges over kleinkunst, een YouTube nacht waar kleinkunstenaars het publiek laten zien welke internetfilms hen inspireren, BIES, een maandelijks try out podium in Klein Bellevue, een maandelijkse voorstelling in Klein Bellevue van het Nieuwe Lied, een collectief van twaalf singer-songwriters en het Wilhelmina Huiskamerfestival.

Tenslotte is er de programmalijn gerenommeerde makers. Hieronder vallen de Annie M.G. Schmidtprijs voor een tekstschrijver, componist en uitvoerend kunstenaar van het mooiste theaterlied van het voorafgaande theaterseizoen en de jaarlijkse Hommage, waarin vakgenoten een theatermaker (componist, tekstschrijver of uitvoerende) eren die van onschatbare waarde is (geweest) voor de kleinkunst. Tevens is er elke twee jaar de uitreiking van de Waardering, aan een persoon die achter de schermen een bijdrage van betekenis heeft geleverd aan het genre. Ook zal de organisatie de komende periode een bestaande documentaire over kleinkunst vertonen in samenwerking met de Balie/De Melkweg; in 2017 een eenmalige avond houden in DeLaMar ter ere van het dertigjarig bestaan van het AKF rond het werk van Maarten van Roozendaal en een stadswandeling organiseren langs gebouwen en straten die belangrijk zijn in een leven van een artiest.

Het Amsterdams Kleinkunst Festival vraagt voor de activiteiten in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 een subsidie aan van € 80.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als voldoende. Het Amsterdams Kleinkunst Festival heeft een heldere artistieke visie, die navolgbaar voortvloeit uit de positie die de organisatie inneemt binnen het genre van de kleinkunst. De organisatie constateert volgens de commissie terecht dat de kleinkunst weinig zichtbaar is voor een breed publiek; daarmee is het festival onderscheidend. Het Amsterdams Kleinkunst Festival wil zich ontwikkelen van een festival voor mensen uit het vak, naar een aanbieder van activiteiten voor verschillende publieksgroepen. Het aantal activiteiten neemt daartoe aanzienlijk toe. De samenhang tussen deze activiteiten is helder: de organisatie heeft een duidelijke opbouw in de drie verschillende programmalijnen aangebracht, die op een laagdrempelige manier wordt gepresenteerd. De commissie vindt echter dat de zeggingskracht van de programmering voor het publiek groter kan. Doordat de organisatie een nauwe definitie van kleinkunst hanteert, zijn de programmering en de gemaakte artistieke keuzes weinig divers en avontuurlijk en blijft de invulling van de op zichzelf boeiende formats onder de maat. Dit heeft tot gevolg dat de aantrekkingskracht van de programmering voor een breed en divers publiek beperkt is.

Daarnaast is de commissie niet geheel overtuigd van het vakmanschap waarmee de programmering tot stand komt of wordt uitgevoerd. Het beschreven programma geeft te weinig blijk van een kritische blik en brede blik op wat in het veld speelt, de samenwerkingspartners acht de commissie daarbij eenzijdig. Daarnaast valt uit het ondernemingsplan niet af te lezen hoe de makers die binnen het Amsterdams Kleinkunst Festival worden geprogrammeerd artistiek worden bijgestuurd, waarmee gegarandeerd kan worden dat het vakmanschap van de voorstellingen van constante kwaliteit is. Via workshops wordt weliswaar geïnvesteerd in de ontwikkeling van deelnemers aan het concours, maar er lijkt geen sprake van een strenge selectie van deelnemers.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als ruim voldoende. De organisatie heeft een gezonde bedrijfsvoering. De aanvrager geeft in het plan aan dat het festival na twee beleidsperiodes van financiering via projectsubsidies en eigen inkomsten een meer structurele basis nastreeft. De meerjarenbegroting hiervoor is realistisch en haalbaar.

Er is sprake van een goede mix van inkomstenbronnen, met substantiële eigen inkomsten. Er wordt een flinke groei in publieksinkomsten verwacht, die op basis van de beschreven aanpak volgens de commissie haalbaar moet zijn. De commissie merkt op dat de begrote sponsorinkomsten lager liggen dan in het verleden, hier is in de periode 2017-2020 wellicht nog groei mogelijk. Ook het bestuur is op orde en wekt voldoende vertrouwen.

De organisatie past de Governance Code Cultuur toe, maar een visie op en aanpak van de diversiteit van het personeelsbestand en het bestuur ontbreken echter. De voorgenomen uitbreiding van het aantal activiteiten ten opzichte van de voorgaande periode gaat niet gefaseerd, maar zal met ingang van 2017 worden ingevoerd. Dit vormt volgens de commissie een risico, omdat dit de organisatie geen ruimte geeft zich geleidelijk op financieel en organisatorisch gebied te ontwikkelen. In de plannen ontbreekt echter een visie op het omgaan met de mogelijke risico’s hiervan.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als ruim voldoende. Het Amsterdams Kleinkunst Festival heeft een heldere visie op het publiek en investeert in duurzame opbouw ervan. Het festival kan bouwen op een vast publiek, dat ook herhaald komt.

De marketingstrategie richt zich met name op zichtbaarheid en naamsbekendheid, om daarmee vooral dit bestaand publiek vast te houden en lijkt daarbij effectief. De publieksonderzoeken die de organisatie uitvoert leveren hier ook de nodige input voor.

De organisatie heeft naar oordeel van de commissie een minder goed beeld van mogelijke nieuwe publieksgroepen. In het plan worden verschillende nieuwe doelgroepen benoemd, maar niet nader uitgewerkt in een gerichte marketingaanpak. Uit het plan komt niet naar voren dat de organisatie zich daarbij ook gaat richten op een meer cultureel diverse publieksgroep. Ook wordt niet toegelicht waarom de aanvrager verwacht dat de genoemde doelgroepen door de beoogde activiteiten worden aangesproken. De ambities om een aanbieder van activiteiten voor meer verschillende publieksgroepen te worden, is daarmee niet vertaald in gerichte marketinginspanningen.

De voorgenomen activiteiten op het gebied van talentontwikkeling van jonge makers, geven echter wel degelijk mogelijkheden om zowel meer diverse deelnemers als een meer divers publiek te bereiken. Daarnaast oogt het programma laagdrempelig en geschikt voor een brede doelgroep.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als zwak. De organisatie legt geen verbindingen met stedelijke vraagstukken, de bewoners van de stad of de buurt. Er wordt weliswaar samengewerkt met een aantal podia als speelplekken, maar binnen deze samenwerking worden geen aantoonbare inhoudelijke verbindingen gelegd. Ook is het gezien de focus op talentontwikkeling opvallend dat er op dit vlak geen samenwerking is met de kunstvakopleidingen.

De commissie beoordeelt de spreiding als voldoende. De organisatie ontwikkelt naast activiteiten in het stadscentrum enkele activiteiten in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en West. Hiermee draagt de organisatie bij aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik daarvan.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag gedeeltelijk te honoreren en daarmee een geleidelijke ontwikkeling op financieel en organisatorisch gebied mogelijk te maken. De risico’s van een ongefaseerde uitbreiding acht de commissie te hoog. De commissie adviseert de aanvraag van het Amsterdams Kleinkunst Festival gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 60.000 per jaar.