Afrovibes

Theater
Aangevraagd: € 120.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: € 49.950

Inleiding 

Afrovibes is een meerdaags multidisciplinair festival dat sinds 15 jaar actuele Afrikaanse theater- en dansproducties en design naar Nederland haalt. Het festival wil een onderscheidende internationale component toevoegen aan het kunstenaanbod. Het presenteert en produceert internationale voorstellingen die vooropgestelde verwachtingen over Afrikaans theater, dans en muziek doorbreken. Afrovibes biedt context en discours bij de voorstellingen voor publiek, theatermakers en kunstvakstudenten en heeft een talentontwikkelingsprogramma voor jonge Nederlandse theatermakers.

De programmering bestaat uit vier onderdelen: een hoofdprogramma, een randprogramma, coproducties en talentontwikkeling. De programmering is vanuit Zuid-Afrika uitgebreid naar de regio Zuidelijk Afrika en ook naar Afrikaanse landen daarbuiten. Afrovibes richt zich op een breed en cultureel divers publiek van jongeren en jongvolwassenen die geïnteresseerd zijn in theater en dansproducties van actuele Afrikaanse makers. Het festival haalt deze Afrikaanse theatermakers naar Nederland en verbindt hen met een cultureel divers publiek en met jonge Nederlandse theatermakers. Artistieke identiteit, engagement en de verbinding van traditie en moderniteit zijn belangrijke thema’s in de programmering. Bij de totstandkoming van het programma wordt op verschillende manieren samengewerkt met partners in de stad. Voor de komende periode wil Afrovibes met de nieuwe artistieke leider, Jay Pather, de artistieke signatuur van Afrovibes verder verstevigen. Het idee is een vernieuwend experimenteel festival, met een actuele programmering van dans, theater en design uit Afrika en een combinatie van onconventioneel en breed toegankelijk werk. Afrovibes werkt de komende jaren op het gebied van talentontwikkeling samen met Likeminds, Poetry Circle Nowhere, DasArts en ISH. Andere coalitiepartners zijn Bijlmer Parktheater, de Tolhuistuin en De Balie. Daarnaast werkt Afrovibes samen met de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten bij het organiseren van masterclasses voor studenten van de opleidingen Dans en Theater. De komende jaren intensiveert Afrovibes de samenwerking met partners als Likeminds en Untold om nieuw publiek te trekken.

In de periode 2013-2016 is Afrovibes opgenomen in het Kunstenplan van de gemeente Amsterdam, voor een bedrag van € 49.950 per jaar. Afrovibes vraagt voor de activiteiten in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 een subsidie van € 120.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als voldoende. Afrovibes heeft zich in afgelopen periode getoond als een festival met een onderscheidende programmering binnen het culturele aanbod in de stad door de keuze voor podiumkunsten uit Afrika. De organisatie heeft een interessant netwerk, waardoor het internationale makers programmeert die doorgaans niet of nauwelijks elders in Nederland te zien zijn, en het festival spant zich daarbij in om een brug te slaan met Nederlandse makers. In het ondernemingsplan geeft Afrovibes aan wat de artistieke uitgangspunten zijn voor de structuur van het festival, bestaande uit een hoofdprogramma, randprogrammering, coproducties en talentontwikkeling. De programmering is breed, met onder andere theater, muziek, dans en mode. De commissie mist echter reflectie in de plannen op het artistiek- inhoudelijk uitgangspunt daarvoor, dit blijft nu teveel beperkt in thematische beschrijvingen.  

De artistieke invulling van het festival wordt namelijk in grote mate bepaald van buitenaf, door de individuele artistieke keuzes van de Afrikaanse theatermakers die geselecteerd worden. In het ondernemingsplan mist de commissie echter een uitgewerkte artistieke visie ten aanzien van het festival Afrovibes op zichzelf en de programmering, behalve de notie dat identiteit, engagement en actualiteit leidraad zijn voor de keuzes van de organisatie. De commissie vindt dat de organisatie teveel aanneemt dat een artistiek discours vanzelf tot stand komt door verschillende Afrikaanse makers naar de stad te brengen. Voorbeelden van voorstellingen die door de festivalorganisatie hierheen zijn gehaald, en de ontwikkeling die de kunstenaars daarop hebben doorgemaakt, ontbreken. De commissie krijgt daarmee onvoldoende een beeld wat de artistiek-inhoudelijke ontwikkeling is die de organisatie beoogt voor het festival op langere termijn en wat het festival nog wil bereiken.

Ook wordt niet duidelijk hoe de programmering van het festival voortvloeit uit de  positie die het festival inneemt binnen de sector. De organisatie maakt in het ondernemingsplan niet duidelijk hoe met een op Afrikaanse podiumkunsten georiënteerd festival het beoogd publiek in Amsterdam wordt bereikt. De commissie is van mening dat het plan weinig aanknopingspunten biedt voor de meerwaarde en noodzaak van een festival gericht op Afrikaanse kunsten specifiek voor deze stad en wat deze specifieke internationale component in het aanbod toevoegt. Daarbij ziet de commissie dat in de artistieke keuzes de nadruk ligt op werk uit Zuid-Afrika. De commissie mist daarmee een bredere visie op de Afrikaanse focus van het festival.

De nieuwe artistiek leider, Jay Pather, gaat in 2017-2020 voor Afrovibes op zoek naar het experiment dat in de Afrikaanse kunstscene volop aanwezig is, maar voor een Europees publiek vaak nog onzichtbaar blijft. Hij richt zich daarom op het selecteren van een mix van onconventioneel werk en voor een breed publiek toegankelijk werk. De programmakeuzes lijken in de eerste plaats gebaseerd op de makers die door het artistiek team als interessant worden beschouwd, maar de commissie heeft vertrouwen dat de keuzes voor de voorstellingen voldoende kwaliteit bezitten. Afrovibes benoemt in het plan ook kwaliteitscriteria die ten grondslag aan deze keuzes voor de programmering liggen, al zijn deze vrij algemeen van aard. De commissie vindt niet duidelijk hoe de samenhang in de programmering zal worden gerealiseerd; de organisatie benoemt geen concrete voorbeelden van Afrikaanse kunstenaars die bij de in het plan genoemde thema’s zouden kunnen worden gekozen.

De commissie vindt dat door de aard van de randprogrammering, bestaande uit voornamelijk  expertmeetings en programma’s om de dialoog tussen Nederlandse en Afrikaanse kunstenaars te bevorderen, de nadruk vooral ligt op een publiek van vakgenoten. De commissie is van mening dat er, buiten de plannen voor korte presentaties in de publieke ruimte, in de samenstelling van dit randprogramma nog te weinig sprake is van publieksactiviteiten met oog voor de mate van zeggingskracht voor een festivalpubliek dat niet zo bekend is met Afrikaanse podiumkunsten. Het belang dat de organisatie hecht aan talentontwikkeling, coaching van de betrokken makers uit Afrika en uitwisseling met jonge makers uit Amsterdam, komt wel uit de plannen naar voren. De organisatie gaat daarvoor ook in de komende periode verbinding aan met goede samenwerkingspartners, zoals Likeminds. De kwaliteit van het festival is vooral te herkennen aan de visie op talentontwikkeling, de samenwerking en coproducties met de urban kunstscene uit Afrika, die de commissie wel sterk vindt.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. Zakelijk gezien oogt de bedrijfsvoering niet stabiel: er zijn schulden op de lange termijn. De begroting is naar het oordeel van de commissie niet realistisch en haalbaar. In de begroting voor de komende periode is het aandeel van sponsoring en vooral subsidies, met name vanuit het Amsterdamse Kunstenplan, hoger dan voorgaande periode, om zo de stabiliteit van de organisatie te vergroten. Voor de verhoging van de begroting worden geen heldere argumenten gegeven in relatie tot de beoogde programmering en publiek. De organisatie toont geen verrassend ondernemerschap om de inkomsten te verwerven; de mix van inkomstenbronnen is beperkt. De organisatie geeft aan dat risico’s zitten aan de verwachte subsidie- en sponsorinkomsten, maar geeft niet concreet aan hoe hier bij tegenvallende resultaten mee wordt omgegaan. Het feit dat de organisatie aangeeft dat zij snel tot kostenreductie over kan gaan is erg op de korte termijn gericht en geeft de commissie geen beeld van hoe de organisatie op duurzame wijze met risico’s om weet te gaan. Temeer daar de organisatie aangeeft met de aangevraagde subsidie voor het Kunstenplan hoopt op basis van een “normale begroting” het festival te kunnen organiseren, had de commissie hier meer reflectie op verwacht, zeker gezien de lange bestaansperiode van het festival.

Het bestuur is al jaren stabiel, de Governance Code Cultuur wordt gehanteerd. De organisatie heeft geen concrete visie en aanpak op de culturele diversiteit van het personeelsbestand en het toezicht geformuleerd.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De commissie krijgt de indruk dat er afgelopen periode een vast publiek was voor het festival. De samenstelling van het publiek is interessant; jong en divers en grootstedelijk. Op de wijze waarop het festival de bestaande publieksgroepen in de toekomst blijvend kan interesseren, wordt niet ingegaan. Uit de plannen wordt ook niet duidelijk hoe de organisatie de beoogde publieksgroei wil realiseren. De organisatie heeft de ambitie om nieuwe doelgroepen te bereiken. Er worden nieuwe, cultureel diverse doelgroepen gedefinieerd, maar hoe ze die gaan bereiken wordt niet concreet. De marketinginspanningen zijn in de plannen niet concreet uitgewerkt. In het marketingplan wordt niet ingespeeld op de positie en de functie die het festival inneemt in de theatersector. De inzet van de organisatie op het creëren van een totaal-ervaring voor het publiek is veelbelovend. Door een breed aanbod, ook door het tonen van disciplines buiten theater, zoals mode, is er potentie om een breed publiek te trekken. De samenwerking met Likeminds is interessant en kan ook bijdragen aan het aantrekken van nieuwe doelgroepen. Ook de interventies die de organisatie in de publieke ruimte wil realiseren, kunnen een grotere bekendheid met het festival teweegbrengen.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als voldoende. De samenwerkingspartners die Afrovibes noemt zijn met name de podia, waarbij activiteiten gepland zijn in het Bijlmer Parktheater, De Balie en de Tolhuistuin. De meeste activiteiten vinden plaats in het Compagnietheater. De organisatie benoemt in het ondernemingsplan verschillende samenwerkingspartners die met name op gebied van programmering liggen.  De inhoudelijke samenwerking met deze partijen is weinig uitgewerkt, behalve die met Likeminds. Er worden geen verbindingen gelegd met maatschappelijke organisaties of stedelijke thema’s. Een interessante verbinding zou de voorgenomen uitwisseling tussen het urban circuit in Amsterdam en Afrika kunnen zijn, omdat dit iets toevoegt aan de ontwikkeling van het genre. De organisatie maakt in het ondernemingsplan niet duidelijk hoe met een op Afrikaanse podiumkunsten georiënteerd festival op dit vlak verbindingen worden gelegd met de stad. Hierdoor is er geen zicht is op het effect en het bereik.

De commissie beoordeelt de spreiding als zwak. Het aandeel activiteiten dat plaats vindt in stadsdeel Centrum is 91%, waarmee ook het grootste aandeel publiek wordt behaald. Hiermee is de mate waarin activiteiten plaats vinden en publiek wordt bereikt buiten het stadscentrum beperkt, de organisatie draagt daarmee weinig bij aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Afrovibes niet te honoreren.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Theater.